COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2017/11 – Opname van financiële vaste activa geboekt tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde in de toelichting van de jaarrekening

Advies van 31 mei 20171

Inleiding

Aan de Commissie voor boekhoudkundige normen werd de vraag gesteld welke specifieke informatie onder de toelichting VOL 6.17 dient te worden verstrekt. In eerste instantie dient de vergelijking te worden gegeven tussen de boekwaarde en reële waarde van afgeleide financiële instrumenten die niet gewaardeerd zijn op basis van hun reële waarde. Daarnaast wordt tevens de boekwaarde van de financiële vaste activa gevraagd waarvan de reële waarde lager is dan de respectievelijke boekwaarde, de redenen waarom de boekwaarde niet werd verminderd en uiteindelijk een opsomming van de elementen die toelaten te veronderstellen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd.

Voor wat betreft de eerste toelichting van VOL 6.17 verwijst de Commissie naar CBN-advies 2013/16 - Toelichting omtrent het niet-gebruik van de waarderingsregels op basis van de waarde in het economisch verkeer voor de financiële instrumenten.2 In hetgeen volgt, worden enkel de bijkomende toelichtingsvereisten omtrent financiële vaste activa besproken.  

Waarderingsbeginselen van financiële vaste activa binnen het Belgisch boekhoudrecht

Binnen het Belgisch boekhoudrecht kunnen financiële vaste activa enkel worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs3 bepaald door de aankoopprijs, verhoogd met de bijkomende kosten. Deze kosten mogen rechtstreeks ten laste van het resultaat worden geboekt. Bij verwerving van aandelen of deelbewijzen die kwalificeren als financiële vaste activa via een inbreng in natura geldt de conventioneel bepaalde prijs.4

Er wordt overgegaan tot een afwaardering bij een duurzame minderwaarde of ontwaarding.5

Aandelen en deelbewijzen kunnen eventueel een meerwaarde vertonen ten opzichte van hun aanschaffingswaarde. Indien deze meerwaarde blijvend is, kan het bestuursorgaan voor de aandelen en deelbewijzen opgenomen onder de financiële vaste activa ervoor opteren om het beginsel van artikel 57 KB W.Venn. toe te passen en een herwaarderingsmeerwaarde uit te drukken.6 Daarnaast moet er tevens worden overwogen om eventuele waardeverminderingen in eerste instantie terug te nemen wanneer ze op balansdatum niet langer noodzakelijk blijken.7

Toelichting VOL 6.17

Het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad8, heeft een aantal wijzigingen aangebracht aan het jaarrekeningschema van grote ondernemingen.

Meer bepaald wordt in artikel 91, XX, KB. W.Venn. voor financiële vaste activa die in aanmerking worden genomen tegen een hoger bedrag dan hun reële waarde vereist: de boekwaarde en de reële waarde van de afzonderlijke activa, dan wel van passende groepen van deze afzonderlijke activa en de redenen waarom de boekwaarde niet is verminderd, met opgave van de aard van de aanwijzingen die aan de veronderstelling ten grondslag liggen dat de boekwaarde zal kunnen worden gerealiseerd; hetgeen werd geformaliseerd in toelichting VOL 6.17 zoals hieronder opgenomen:

Definiëring van het begrip reële waarde onder het Belgische boekhoudrecht en de toepasbaarheid ervan voor financiële vaste activa

De invulling van het begrip reële waarde werd opgenomen in artikel 97, B, KB W.Venn.9:

“Dient te worden verstaan onder reële waarde: de waarde vastgesteld met verwijzing naar: a) een marktwaarde voor de financiële instrumenten waarvoor een betrouwbare markt gemakkelijk is aan te wijzen. Wanneer een marktwaarde voor een gegeven instrument niet eenvoudig kan worden bepaald, maar dit wel kan voor de samenstellende elementen of voor een gelijkaardig instrument, kan de marktwaarde berekend worden op basis van die van zijn bestanddelen of die van het gelijkaardige instrument, of b) een waarde berekend met behulp van modellen en algemeen aanvaarde waarderingstechnieken voor de instrumenten waarvoor een betrouwbare markt niet gemakkelijk aan te wijzen is. Deze waarderingsmodellen en -technieken dienen een redelijke benadering van de marktwaarde op te leveren.”.

Artikel 97, B, KB W.Venn. maakt een onderscheid tussen afgeleide financiële instrumenten en financiële instrumenten. Op basis van het CBN-advies 2010/12 – De toepassing van de algemene boekhoudprincipes op afgeleide financiële instrumenten10, wordt dit onderscheid als volgt uiteengezet:

“Het dynamisch karakter van de internationale financiële markten heeft tot gevolg dat vandaag de dag niet enkel gebruik wordt gemaakt van de klassieke primaire financiële instrumenten zoals aandelen en obligaties, maar ook van verschillende soorten afgeleide financiële instrumenten, zoals gestandaardiseerde en niet-gestandaardiseerde termijncontracten (futures), opties en swaps.”.

De samenlezing van artikel 97, B, KB W.Venn. en de beginselen van CBN-advies 2010/12 doen besluiten dat een financieel vast activum niet valt onder de definitie van een financieel instrument conform het Belgische boekhoudrecht.11 Dit leidt er vervolgens toe dat de beginselen van artikel 97, B, KB W. Venn. omtrent de invulling van het begrip reële waarde geen toepassing kennen voor de toelichtingsvereisten uit artikel 91, XX, tweede lid KB W.Venn. Als gevolg hiervan bestaat er geen conceptuele definitie voor de invulling van het begrip reële waarde specifiek voor de toelichtingsvereisten onder artikel 91, XX, tweede lid KB W.Venn.

11.    Bij gebrek aan deze invulling, is de Commissie van oordeel dat de reëlewaardehiërarchie van artikel 97, B, KB W.Venn. tevens een leidraad kan zijn voor de toelichtingsvereisten onder artikel 91, XX, tweede lid KB W.Venn.; ook al voldoet een financieel vast actief niet aan de omschrijving van een financieel instrument overeenkomstig CBN-advies 2010/1212.
 

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat een ontwerp van het advies op 28 maart 2017 ter consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. CBN-advies 2013/16 - Toelichting omtrent het niet-gebruik van de waarderingsregels op basis van de waarde in het economisch verkeer voor de financiële instrumenten, Bulletin CBN, nr. 67, januari 2014, 28-31.
  • 3. Art. 35 en 36 van het uitvoeringsbesluit bij het Wetboek van vennootschappen (hierna: KB W.Venn.).
  • 4. Art. 41 KB W.Venn.: “ Als evenwel die conventionele waarde lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, dan stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde.”.
  • 5. Art. 66, § 2 KB W.Venn.
  • 6. De Commissie verwijst hiervoor tevens naar CBN-advies 2011/14 – Herwaarderingsmeerwaarden, Bulletin CBN, nr. 60, januari 2012, 5-20.
  • 7. Art. 49 KB W.Venn.
  • 8. BS 30 december 2015.
  • 9. De Commissie is van oordeel dat dit artikel verwijst naar alle toelichtingen opgenomen onder art. 91, XX, KB W.Venn. doch zou kunnen besloten worden dat art. 97, B, KB W.Venn. enkel verwijst naar de eerste toelichting opgenomen onder VOL 6.17. daar het tweede lid van art. 91, XX, KB W.Venn. niet expliciet de verwijzing maakt naar art. 97, B, KB W.Venn. (voorheen genummerd C).
  • 10. CBN-advies 2010/12 - De toepassing van de algemene boekhoudprincipes op afgeleide financiële instrumenten, Bulletin CBN, nr. 55, november 2010, 31-38.
  • 11. Op basis van IFRS 9 paragraaf 2.1. is de scope van een financieel instrument ruimer dan voorzien binnen het Belgische boekhoudrecht en worden financiële vaste activa tevens aanzien als financiële instrumenten.
  • 12. Bij gebrek aan een specifieke invulling van het begrip reële waarde voor de toelichtingsvereisten onder art. 91, XX, tweede lid KB W.Venn. acht de Commissie het raadzaam om de bestaande beginselen rond reële waarde uit te breiden naar de invulling van de toelichtingsvereisten onder art. 91, XX, tweede lid KB W.Venn. De Commissie laat zich inspireren door IFRS 13 Fair value measurement waar er slechts sprake is van één reële waarde model voor de invulling van het begrip reële waarde.