COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 110/3 - Openbaarmaking van de jaarrekening van vennootschappen die niet aan het K.B. van 8 oktober 1976 onderworpen zijn


Teneinde de ondernemingen in hun verplichtingen tegemoet te komen, heeft de Balanscentrale van de Nationale Bank van België een technische toelichting opgesteld in verband met de modaliteiten tot neerlegging van de jaarrekeningen. 

Onder punt 2 (de jaarrekening) en meer bepaald letter a) tweede en derde lid, worden de vennootschappen behandeld waarop de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 niet van toepassing zijn. 

Deze vennootschappen moeten niettemin ieder jaar hun jaarrekening opstellen en openbaar maken. De jaarrekening omvat de balans, de resultatenrekening en de toelichting. 

Ik ben nochtans van mening dat de ondernemingen die niet onderworpen zijn aan het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 bij de openbaarmaking van hun jaarrekening geen toelichting moeten verstrekken, met uitzondering van deze bedoeld in artikel 80, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de handelsvennnootschappen. 

Derhalve zouden de aangehaalde teksten uit de «technische toelichting» opgesteld door de balanscentrale van de Nationale Bank van België aanleiding kunnen geven tot verwarring. 

Graag vernam ik1 van de Heer Minister of de ondernemingen die niet onderworpen zijn aan de toepassing van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976, met uitzondering van het bepaalde in bovenvermeld artikel 80, eveneens gehouden zijn een toelichting op te stellen onder eigen verantwoordelijkheid en ze eventueel openbaar te maken en, in voorkomend geval, welke minimum-inhoud zij moet bevatten, en zulks op grond van welke wettelijke bepaling. 

Antwoord van de Minister van Economische Zaken

Volgens artikel 77 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, waarnaar de artikelen 137 en 158 van dezelfde wetten verwijzen, moeten alle naamloze vennootschappen, commanditaire vennootschappen op aandelen, personenvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en coöperatieve vennootschappen, die al dan niet onderworpen zijn aan het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening, een jaarrekening opstellen bestaande uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting. 

Voor de vennootschappen die niet onderworpen zijn aan het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 is de nauwkeurige inhoud van de toelichting bij de balans en bij de resultatenrekening nochtans niet vastgesteld bij de wet of bij het hogervermelde besluit. Op grond van de tekst van artikel 80 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen mag men de toelichting niet aanzien als identiek met de stukken en inlichtingen bedoeld in het tweede lid van voornoemd artikel 80. Onder voorbehoud van de beoordeling van de hoven en rechtbanken, ben ik, overeenkomstig de voorbereidende werken van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, de mening toegedaan dat de inhoud van deze toelichting moet bestaan uit «informaties met betrekking tot de maatschappelijke rekeningen, die tot doel hebben de inhoud van die rekeningen te verklaren of te preciseren en die aan de balans en de resultatenrekening worden gehecht»2. De praktische samenvatting van de ter zake vigerende bepalingen, opgesteld door de «Balanscentrale» van de Nationale Bank van België, lijkt mij dan ook juist wanneer wordt beweerd dat «wat de toelichting betreft (bij de balans en de resultatenrekening van de vennootschappen die niet onder de toepassing vallen van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976) de vennootschappen op hun eigen verantwoordelijkheid dienen te oordelen welke inlichtingen erin moeten worden vermeld om te beantwoorden aan de wil van de Wetgever, dit is de inhoud van de balans en van de resultatenrekening uitdrukkelijker en nauwkeuriger weergeven». 

Ik acht het nuttig daarenboven de aandacht van het geacht Lid te vestigen op de recente goedkeuring door de Ministerraad van de Europese Gemeenschappen van de vierde richtlijn met betrekking tot de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, waarvan de opneming in het intern recht de verplichting zal meebrengen om de inhoud van de toelichting te omschrijven, voor de vennootschappen die thans niet onder de toepassing vallen van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekeningen. 

 

  • 1. Parlementaire vraag van de Heer Schrans dd. 19 juli 1978, Vragen en antwoorden, Kamer, nr. 41 dd. 8 augustus 1978.
  • 2. Zie verslag Fallon, Gedr. st., Senaat, nr. 436/2 van 12 juni 1975, blz. 20.