COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2010/4 - Omrekeningsverschillen ontstaan bij omrekening van het kapitaal naar aanleiding van het verkrijgen van de afwijking inzake functionele valuta

Advies van 21 april 2010


De procedure voor het vragen van afwijkingen wordt vastgelegd in artikel 14 van de Boekhoudwet van 17 juli 1975 en in artikel 125, § 1 van het Wetboek van Vennootschappen. 

In uitzonderlijke gevallen is het opstellen van een jaarrekening in euro niet aangewezen omdat deze, als gevolg van de hierdoor ontstane wisselkoers- of omrekeningsverschillen, een vertekend beeld zou geven van de economische werkelijkheid.1 In advies 117/3 Voeren van de boekhouding en opstellen van de jaarrekening in een andere munt dan de euro heeft de Commissie de voorwaarden van dergelijke vragen tot afwijking gekaderd2. Dit advies werd aangevuld met advies 2009/10 voor wat de bepaling van de functionele valuta bij financieringsvennootschappen betreft3.  

Advies 117/3 koppelt de toelating voor het voeren van de boekhouding en het opstellen van de jaarrekening in een andere munt dan de euro, aan een aantal bijkomende voorwaarden. Zo moet, opdat de boekhouding kan gevoerd en vooral de jaarrekening kan uitgedrukt worden in de functionele valuta, andere dan de euro, het maatschappelijk kapitaal vennootschapsrechtelijk tevens uitgedrukt worden in dezelfde functionele valuta als deze waarin de jaarrekening zal worden opgemaakt. 

Het is bij deze omzetting van het maatschappelijk kapitaal in de functionele valuta van de vennootschap dat zich twee situaties kunnen voordoen. 

Enerzijds kan de onderneming haar boekhouding voeren in de functionele valuta vanaf de datum van de omzetting van het maatschappelijk kapitaal in deze munteenheid. De omrekening van zowel het kapitaal alsook van de overige elementen van de balans en de resultatenrekening gebeurt in dat geval op hetzelfde tijdstip en aan de koers op die datum4.

Anderzijds wordt door vennootschappen het maatschappelijk kapitaal soms omgezet in de functionele valuta tijdens het boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar waarin de boekhouding in deze functionele valuta zal worden gevoerd. Desgevallend wordt het maatschappelijk kapitaal omgezet in de functionele valuta aan de wisselkoers die geldt op datum van de notariële akte. Per einde boekjaar worden vervolgens alle balansposten, met uitzondering van het kapitaal, omgerekend aan de slotkoers op balansdatum. Het omrekeningsverschil dat ontstaat ten gevolge van de evolutie van de wisselkoers van de functionele valuta kan, door de aanzienlijke nominale bedragen van het kapitaal, mogelijks een significante invloed hebben. Aan de Commissie werd de vraag gesteld hoe dit omrekeningsverschil moet verwerkt worden.

In tegenstelling tot de geconsolideerde jaarrekening bestaat in de statutaire jaarrekening echter geen rubriek om deze omrekeningsverschillen rechtstreeks in het eigen vermogen op te nemen5

Omwille van het eerder uitzonderlijk karakter van de omschakeling op een andere functionele munt alsook omwille van het feit dat geen transactie van de onderneming aan de basis ligt van deze omschakeling, is de Commissie de mening toegedaan dat ook in de statutaire jaarrekening dergelijk omrekeningsverschil rechtstreeks aan het eigen vermogen moet worden toegerekend. Het betreft hier immers niet zozeer een omrekeningsresultaat, doch een verschil ontstaan ten gevolge van de wijziging van een rekeninstrument. Aangezien artikel 95, § 2, I.A. K.B. W.Venn. de rubriek Geplaatst kapitaal bovendien definieert als zijnde “het bedrag van het geplaatste maatschappelijk kapitaal”, lijkt het de Commissie aangewezen dit verschil aan de rekening 100 Geplaatst kapitaal toe te rekenen. 

Een voorbeeld ter verduidelijking:

De bestuurders van een Belgische onderneming zijn van oordeel dat de functionele valuta van de vennootschap de USD is. De vraag om haar boekhouding te voeren en haar jaarrekening op te stellen in USD vanaf 1 januari 20N1 wordt ingediend.                                       

Activa  Balans in EUR Passiva
Vaste activa 1.020 Kapitaal 1.000
Vlottende activa 180 Schulden 200
  1.200   1.200

De onderneming zet, naar aanleiding van haar vraag tot afwijking, haar maatschappelijk kapitaal reeds om in USD. De wisselkoers bedraagt op datum van de notariële akte (1 oktober 20N0): 1 EUR = 1,5 USD.

Het maatschappelijk kapitaal dat uit de gewijzigde statuten van de vennootschap blijkt, bedraagt bijgevolg 1.500 USD.

Inmiddels verkrijgt de onderneming de toelating om vanaf het boekjaar dat start op 1 januari 20N1 haar boekhouding te voeren in USD. De omzetting van de eindbalans in EUR in de openingsbalans in USD verloopt aan slotkoers: 1 EUR = 1,2 USD. 
Het negatief omrekeningsverschil van 300 wordt aan de rubriek Kapitaal toegerekend. Bij voorkeur wordt daartoe een afzonderlijke subrekening binnen de rekening 100 Geplaatst kapitaal gecreëerd.
 

Activa Balans Passiva
  EUR USD    EUR USD
Vaste activa 1.020 1.224 Kapitaal 1.000 1.500
-300
Vlottende activa  180 216 Schulden 200 240
  1.200 1.440   1.200 1.440

Uiteraard worden ook positieve omrekeningsverschillen op dezelfde wijze verwerkt.

Zoals de Commissie in het eerder geciteerd advies 117/3 benadrukt, is de functionele valuta de munteenheid waarin het merendeel van de transacties van de onderneming plaatsvindt6. Het is evenwel niet uitgesloten dat een beperkt aantal transacties niet in deze munteenheid plaatsvindt. De Commissie wenst evenwel te benadrukken dat dergelijke transacties bijkomstig moeten zijn, zoniet dient de keuze van de functionele valuta in vraag te worden gesteld. 

Van zodra de onderneming haar boekhouding in de functionele valuta voert, zal, voor de opname en de verwerking van transacties die niet plaatsvinden in de functionele valuta van de onderneming ,advies 152/1 Boekingen van deviezenverrichtingen en verwerking van tegoeden en verplichtingen in deviezen in de jaarrekening7 van toepassing zijn. Dit advies biedt een antwoord op de vraag hoe de in verschillende (vreemde) valuta’s uitgedrukte bestanddelen tot de functionele valuta van de onderneming moeten worden herleid. 
 

  • 1. Advies 117/2, Bulletin CBN nr. 7, juni 1980, p. 2-4.
  • 2. Bulletin CBN nr. 49, juni 2009, p. 47-53.
  • 3. Bulletin CBN nr. 52, maart 2010, p. 19-22.
  • 4. IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen stelt in paragraaf 35 in dit verband: “Als een entiteit van functionele valuta verandert, moet de entiteit de omrekeningsprocedures die van toepassing zijn op de nieuwe funactionele valuta prospectief toepassen vanaf de datum waarop de wijziging heeft plaatsgevonden”. Voorts in paragraaf 37: “De gevolgen van de wijziging in de functionele valuta moeten prospectief worden verwerkt. Met andere woorden, een entiteit rekent alle posten om in de nieuwe functionele valuta op basis van de wisselkoers op de datum waarop de wijziging heeft plaatsgevonden. De bedragen die voortvloeien uit deze omrekening voor niet-monetaire posten worden verwerkt als zijnde de historische kostprijs van deze posten”.
  • 5. Artikel 163 K.B. W.Venn. met betrekking tot het schema van de geconsolideerde jaarrekening.
  • 6. Cfr. de primaire aanwijzigingen ter bepaling van de functionele valuta.
  • 7. Bulletin CBN nr. 20, december 1987, p. 1-49.