COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN


CBN- advies 2009/1 - Interimdividend versus tussentijds dividend

Advies van 14 januari 2009 (Ter vervanging van oud advies 133-5)

Aan de Commissie werd gevraagd naar de berekening, de periodiciteit en de boeking van een interimdividend versus een tussentijds dividend. Deze vraag is ingegeven door het Cassatiearrest van 23 januari 2003 dat een duidelijk standpunt inneemt met betrekking tot het tussentijds dividend.

Gezien deze ontwikkelingen heeft de Commissie beslist het advies 118-1 "Vergoeding van het kapitaal - Tussentijdse dividenden"1 te schrappen en te vervangen door dit nieuwe advies.2

Het interimdividend

Een interimdividend is mogelijk binnen een naamloze vennootschap conform art. 618 W.Venn.3 Een interimdividend is bedoeld om de winst van het lopende boekjaar, verrekend met het overgedragen resultaat, uit te keren. 

Het betrokken artikel uit het vennootschapsrecht stelt dat in de statuten aan de raad van bestuur de bevoegdheid kan worden verleend om op het resultaat van het boekjaar een interimdividend uit te keren. Deze uitkering mag alleen geschieden op de winst van het lopende boekjaar, in voorkomend geval verminderd met het overgedragen verlies of vermeerderd met de overgedragen winst, zonder onttrekking aan de reserves die volgens een wettelijke of statutaire bepaling zijn of moeten worden gevormd4. Daarenboven mag tot deze uitkering slechts worden overgegaan nadat de raad van bestuur aan de hand van een staat van activa en passiva die in voorkomend geval door de commissaris is nagezien, heeft vastgesteld dat de winst voldoende is om een interimdividend uit te keren. Het besluit van de raad van bestuur om een interimdividend uit te keren, mag niet later worden genomen dan twee maanden na de dag waarop de staat van activa en passiva is opgesteld. Tot uitkering mag niet eerder worden besloten dan zes maanden na de afsluiting van het voorgaande boekjaar en nadat de jaarrekening over dat boekjaar is goedgekeurd. Na een eerste interimdividend mag tot een nieuwe uitkering niet worden besloten dan drie maanden na het besluit over het eerste interimdividend. 

Een en ander impliceert dat een eerste interimdividend slechts kan uitgekeerd worden eenmaal een boekjaar zes maand oud is en op voorwaarde dat de jaarrekening van het vorige boekjaar is goedgekeurd.5 Vermits een tweede interimdividend pas drie maand later kan gedistribueerd worden, kan in de regel gedurende een boekjaar van twaalf maand, slechts tweemaal een interimdividend worden uitgekeerd.6 De Commissie is dan ook de mening toegedaan dat slechts tot twee interimdividenden in een klassiek boekjaar kan beslist worden.

Inzake de vraag of bij de berekening van de hoogte van het interimdividend rekening moet gehouden worden met de algemene berekening van art. 617 W.Venn., is de Commissie de mening toegedaan dat voor de bepaling van de uitkeerbare winst, art. 618 samen met art. 617 W.Venn. moet gelezen worden. Wat impliceert dat naast de geëigende berekening ingebed in art. 618 W.Venn. (de winst van het lopende boekjaar, in voorkomend geval verminderd met het overgedragen verlies of vermeerderd met de overgedragen winst) ook de uitkeerbare winst conform art. 617 W.Venn. moet becijferd worden. Dit impliceert dat als de uitkeerbare winst conform art. 617 W.Venn. kleiner is dan de berekening op basis van art. 618 W.Venn., enkel het kleinere bedrag berekend conform art. 617 W.Venn. kan uitgekeerd worden. 

De distorsie tussen deze twee berekeningen zit vervat in art. 617, derde lid W.Venn.: "Voor de uitkering van dividenden en tantièmes mag het eigen vermogen niet omvatten enerzijds het nog niet afgeschreven bedrag van de kosten van oprichting en uitbreiding en anderzijds behoudens in uitzonderingsgevallen, te vermelden en te motiveren in de toelichting bij de jaarrekening, het nog niet-afgeschreven bedrag van de kosten van onderzoek en ontwikkeling.". Stel dat een vennootschap een eigen vermogen heeft van 1.000, bestaande uit 700 geplaatst kapitaal, 70 wettelijke reserve, 80 overgedragen winst en 150 winst van het boekjaar. 

Daarnaast resten binnen de vennootschap nog kosten van herstructurering van 400. Conform de geëigende berekening van art. 618 W.Venn. zou 230 (80 overgedragen winst en 150 winst van het boekjaar) interimdividend kunnen uitgekeerd worden. Maar volgens art. 617 W.Venn. kan geen dividend uitgekeerd worden. De uitkeerbare winst is immers nihil (de 230 moet alsdan worden verminderd met de nog niet afgeschreven oprichtingskosten, met name de herstructureringskosten van 400). Dit vermits in de Vierde Richtlijn7, art. 34 en 37 geen onderscheid maken tussen welke dividenduitkering ook.8 Dit houdt dus in, zoals reeds gesteld, dat beide artikelen samen moeten gelezen worden.

Wat de boeking van het interimdividend betreft, stelt de Commissie volgende journaalposten voorop.

Daarbij gaat de Commissie uit van de vaststelling dat een interimdividend gemeenrechtelijk dient beschouwd te worden als een voorschot op de dividenduitkering per einde boekjaar.9 Dit wordt goed aangegeven in de Franse versie van de wettekst van art. 618 W.Venn. die duidelijk spreekt van "un acompte à imputer sur le dividende qui sera distribué sur les résultats de l'exercice". Een interimdividend is aldus slechts een voorlopige beslissing door het bestuursorgaan van de vennootschap. De algemene vergadering moet achteraf de beslissing van dat bestuursorgaan niet volgen. Dat blijkt bovendien uit art. 618, laatste lid W.Venn. dat aangeeft dat, indien de interimdividenden het bedrag te boven gaan van het later door de algemene vergadering vastgestelde jaardividend, het meerdere wordt beschouwd als een voorschot op het volgende dividend:

- Bij de beslissing tot het interimdividend door het bestuursorgaan:

694 Vergoeding van het kapitaal
  aan 471 Dividenden over het boekjaar

- Bij de toekenning of betaalbaarstelling10 van het dividend:

471 Dividenden over het boekjaar
  aan 453 Ingehouden voorheffingen

- Bij de betaling:

471 Dividenden over het boekjaar
453 Ingehouden voorheffingen
  aan 55...0 Kredietinstellingen Rekening-courant

Rest nog de vraag wat moet gebeuren als het door het bestuursorgaan uitgekeerd dividend niet wordt bevestigd door de algemene vergadering. Dit saldo zal in de regel niet daadwerkelijk terugvorderbaar zijn. Het meerdere wordt beschouwd als een voorschot op een volgend dividend11. Tenzij de uitkering in strijd zou zijn met art. 617 en 618 W.Venn. In dat geval moet de aandeelhouder conform art. 619 W.Venn. de uitkering terugbetalen indien de vennootschap bewijst dat de aandeelhouder wist dat de uitkering te zijnen gunste in strijd was met de voorschriften of daarvan, gezien de omstandigheden, niet onkundig kon zijn. Voor zover deze laatste elementen niet aanwezig zijn, zal de vennootschap aldus niet in de mogelijkheid zijn dit saldo terug te vorderen. Vandaar dat de Commissie de mening is toegedaan dat dit saldo alsdan niet mag gepresenteerd worden als actief. 
Het is immers geen vordering die de vennootschap in de regel kan innen. Dit saldo wordt in mindering gebracht van het eigen vermogen van de vennootschap via het overgedragen resultaat12.
Dit zal aanleiding geven tot volgende journaalpost:

14 Overgedragen winst [of Overgedragen Verlies (-)]
  aan 793 Over te dragen verlies

De Commissie beveelt aan met betrekking tot deze niet bevestiging door de algemene vergadering en het overboeken van het saldo naar Overgedragen winst of verlies een passus op te nemen in de toelichting bij de jaarrekening13.

Het spreekt voor zich dat het saldo wel als vordering moet geboekt worden als blijkt dat de reeds hiervoor geciteerde vennootschapsrechtelijke regels niet werden gevolgd en indien het bestuursorgaan kan verantwoorden dat deze vordering inbaar is.

Het tussentijds dividend

Het tussentijds dividend is in tegenstelling tot het interimdividend, niet expliciet geregeld in een bijzondere wettekst binnen het Wetboek van Vennootschappen. Geruime tijd bestond in de rechtspraak en rechtsleer discussie of de algemene vergadering op elk ogenblik een dividend kon uitkeren gezien ondermeer de onveranderlijkheid van de jaarrekening en het zogenaamd eenjarigheidsbeginsel.14 

Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 23 januari 200315 de knoop definitief doorgehakt en gesteld dat de algemene vergadering binnen de in art. 617 W.Venn. bepaalde perken, op elk ogenblik van het boekjaar kan beslissen om aan de aandeelhouders een dividend uit te keren dat aan de beschikbare reserves is onttrokken.16 

Uit dit arrest volgt dat, mits uiteraard inachtneming van de regels voor uitkeerbare winst ingebed in art. 617 W.Venn., een algemene vergadering op elk ogenblik van het boekjaar in elk geval kan besluiten tot de uitkering van een dividend geput uit de beschikbare reserves.

Het verschil met de hoger behandelde interimdividenden bestaat in het feit dat de tussentijdse dividenden worden uitbetaald op basis van de uitkeerbare winst zoals die blijkt uit de jaarrekening op datum van het laatst afgesloten boekjaar, zonder dat kan worden geput uit de winst van het lopende boekjaar17.
 
Het lijkt de Commissie aangewezen geen tussentijds dividend uit te keren tussen de einde-boekjaar-datum en het moment van het goedkeuren van de jaarrekening door de jaarvergadering. Dit omwille van twee redenen. 

  • In dat geval zou enerzijds met het uitgekeerd tussentijds dividend geen rekening gehouden zijn in de jaarrekening die goedgekeurd wordt over het laatste boekjaar. Zo zou een jaarrekening desgevallend openbaar gemaakt worden die op het moment van de goedkeuring, niet meer strookt met de feitelijke toestand van de vennootschap. Om dit te vermijden is een sperperiode tussen einde-boekjaar-datum en datum van goedkeuring door de jaarvergadering van de overeenstemmende jaarrekening, naar de opvatting van de Commissie aangewezen. 
  • Anderzijds zijn de krijtlijnen van art. 617 W.Venn. ook op het tussentijds dividend van toepassing. Dit houdt immers in dat het netto-actief moet bepaald worden" op de datum van afsluiting van het laatste boekjaar". Zolang deze jaarrekening niet vastgesteld is, zal het niet mogelijk zijn om het netto-actief op datum van afsluiting van het laatste boekjaar te bepalen op basis van de jaarrekening over dat boekjaar. Naar de mening van de Commissie moet het gaan om de goedgekeurde jaarrekening. In het geval van een ontwerpjaarrekening zou het zo kunnen zijn dat het uiteindelijk door de algemene vergadering vastgestelde eigen vermogen afwijkt van dit in de ontwerpjaarrekening door bijvoorbeeld een door de algemene vergadering gevraagde aanpassing van waarderingsregels.


Qua journaalposten, is de Commissie de mening toegedaan dat volgende boekingen dienen te geschieden. Bij deze boekingen kan het tussentijds dividend in tegenstelling tot het interimdividend om eerder vermelde redenen geen karakter van voorschot op de resultaatverwerking van het boekjaar toebedeeld krijgen. Het is zondermeer definitief, onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. In overeenstemming met het eerder verschenen advies 121-118 moet elke afname van een vermogensrekening (kapitaal, uitgiftepremie, reserve) die niet tot doel heeft de vennoten terug te betalen of ze van hun verbintenis tot volstorting te ontslaan, gebeuren via de verwerking der resultaten. Ook advies 121-319 dat de mutaties binnen het eigen vermogen met tegenboeking in een of meer posten van de resultatenrekening behandelt, pleit in deze richting wanneer wordt gesteld dat elke onttrekking aan de eigenvermogensbestanddelen bestemd voor uitkering  als tegenboeking één of meer posten van de resultatenverwerking moet krijgen.

- Bij de beslissing door de algemene vergadering tot het uitkeren van een tussentijds dividend:

694 Vergoeding van het kapitaal
  aan 471 Dividenden over het boekjaar

- Bij de toekenning of betaalbaarstelling van het tussentijds dividend:

471 Dividenden over het boekjaar
  aan 453 Ingehouden voorheffingen

- Bij de betaling van het tussentijds dividend:

471 Dividenden over het boekjaar
453 Ingehouden voorheffingen
  aan 55...0

Kredietinstellingen: Rekening-courant

 

  • 1. Bulletin CBN, nr. 5, mei 1979, p. 16. De Commissie bedoelde toentertijd met een tussentijds dividend een uitkering aan de aandeelhouders aangerekend op de winst van het boekjaar of op de gereserveerde of overgedragen winsten van vorige boekjaren. Een interimdividend dus. Maar in dat jaar bestond de wettelijke regeling rond interimdividenden nog niet. Deze is maar ingevoerd in december 1984. Dit was toen de uitvoering van art. 15, tweede lid van de Tweede Richtlijn van 13 december 1976 (77/91/EEG).
  • 2. Dit impliceert echter geenszins dat de Commissie zich wil uitspreken over de vraag of een interimdividend ook mogelijk is binnen andere vennootschapvormen dan deze formeel aangewezen door het Wetboek van Vennootschappen.
  • 3. Bijgevolg ook in een commanditaire vennootschap op aandelen ingevolge de werking van art. 657 W.Venn.
  • 4. Deze passus die inhoudt dat niet mag geput worden uit wettelijke of onbeschikbare reserves, houdt helemaal niet in dat de beschikbare reserves zouden kunnen aangewend worden. De raad van bestuur kan niet over deze eigenvermogen component beslissen. (Tas., R., Winstuitkering, kapitaalvermindering en -verlies in NV en BVBA, Biblo, 2003, p. 182-183, nr. 249).
  • 5. Er mag aangenomen worden dat dit niet betekent dat gedurende het eerste boekjaar van een vennootschap geen interimdividend zou kunnen uitgekeerd worden. Zes maand na de oprichting kan een eerste interimdividend uitgekeerd worden. (TAS, R., op. cit., p.230-231, nr. 313). Anderzijds pleiten sommige auteurs voor het gebruik van de techniek van interimdividend binnen de bvba en cvba door de algemene vergadering. Zie ondermeer BONNE M. en VERSTAETE H., "Standpunt: Wachten hoeft niet. Over uitkeerbare winsten en voorschotten op dividend in BVBA en CVBA", T.R.V. 2007, p. 115-137). Maar de lege lata laten de wetteksten dit naar de mening van de Commissie niet toe.
  • 6. TAS, R., op. cit., p. 231-232, nr. 314.
  • 7. Vierde Richtlijn van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, 78/660/EEG, PB L 222 van 14.8.1978, blz. 11.
  • 8. TAS, R., op. cit., p. 182-186, nrs. 248-253.
  • 9. Dat het om een voorschot gaat blijkt ook uit Cass., 23 januari 2003 (T.R.V. 2003, p. 541) dat stelt met betrekking tot een dividenduitkering conform art. 618 W.Venn.: "de uitkering door de raad van bestuur van een op het dividend te verrekenen voorschot dat zal worden uitgekeerd op de resultaten van het boekjaar". Zie ook TAS, R., op. cit., p. 235-236, nr. 318.
  • 10. De toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten, in geld of in natura, brengt de opeisbaarheid van de roerende voorheffing mede. Als toekenning wordt inzonderheid beschouwd: de inschrijving van een inkomen op een ten bate van de verkrijger geopende rekening, zelfs als die rekening onbeschikbaar is, mits de onbeschikbaarheid het gevolg is van een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst met de verkrijger (art. 267, eerste en tweede lid W.I.B. 1992).
  • 11. Art. 618 laatste lid W.Venn.
  • 12. Eventueel kan hiervoor een subrekening worden gecreëerd zoals bijvoorbeeld de rekening 142 Aan het overgedragen resultaat toegerekend interimdividend.
  • 13. Ingeval de algemene vergadering in een later boekjaar wel beslist tot uitkering van dividenden zal, door rekening te houden met een lager over te dragen resultaat (omwille van de eerder vermelde toerekening), automatisch rekening worden gehouden met het reeds in het verleden uitgekeerde interimdividend.
  • 14. Zie ondermeer Gent, 14 september 2004 (F.J.F., No. 2005/275) en Antwerpen, 8 mei 2003 (T.R.V. 2006, p. 492). Zie ook COLAERT, V., Uitkering van een superdividend, waar ligt de grens?, T.R.V. 2006, p. 468-483.
  • 15. T.R.V. 2003, p. 541.
  • 16. In deze kan nuttig de vraag worden gesteld wat het lot is van de overgedragen winst. Uit het voormeld Cassatiearrest kan rechtstreeks niet worden afgeleid dat deze ook tussentijds zouden kunnen uitgekeerd worden. Sommige auteurs zijn met betrekking tot dit laatste de mening toegedaan dat ook de overgedragen winst tussentijds kan uitgekeerd worden (zie COLAERT, V., Art. 617 W. Venn. in Vennootschappen en verenigingen, artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Naamloze vennootschap, Kapitaal, 1-23, 23 p.).
  • 17. Cf. Een interimdividend is bedoeld om de winst van het lopende boekjaar, verrekend met het overgedragen resultaat, uit te keren.
  • 18. Advies 121-1 Afname van het kapitaal, van de uitgiftepremies, van de reserves van de overgedragen winst (Bulletin CBN, nr. 6, januari 1980, p. 16).
  • 19. Advies 121-3 Mutaties binnen het eigen vermogen (Bulletin CBN, nr. 34, maart 1995, p. 3-10).