COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2019/04 – Gevolgen op gebied van financiële rapportering als gevolg van de brexit

Advies van 3 april 20191

Inleiding

De jaarrekeningrechtelijke bepalingen van toepassing op bepaalde boekhoudplichtige ondernemingen gevestigd in de lidstaten van de Europese Unie vinden hun oorsprong in de Europese Boekhoudrichtlijn2. De bepalingen van deze richtlijn werden door de lidstaten van de Europese Unie omgezet in nationaal recht. De verplichtingen die voor dergelijke ondernemingen werden opgenomen in de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk vóór de brexit zullen met andere woorden in overeenstemming zijn met deze zoals voorzien in de Boekhoudrichtlijn. De wijze waarop het Verenigd Koninkrijk haar nationale regels inzake financiële rapportering in de toekomst zal wijzigen, is niet gekend. 

In dit advies wordt aandacht geschonken aan de gevolgen die de brexit kan hebben voor Belgische boekhoudplichtige ondernemingen die op een of andere manier zijn gelinkt aan het Verenigd Koninkrijk. De oprichting van een bijkantoor, evenals de oprichting van een dochteronderneming is een van de mogelijkheden waarover vennootschappen momenteel beschikken om hun recht van vestiging in een andere lidstaat uit te oefenen3. In die zin is dit advies dus mogelijks van belang voor Belgische bijkantoren van Britse vennootschappen, Belgische dochtervennootschappen van Britse moedervennootschappen, Belgische ondernemingen die het Verenigd Koninkrijk als voornaamste afzetmarkt hebben, enz. 

Deel 1: Toepassing van de waarderingsregels en eventuele vermeldingen in de toelichting

Algemeen

De brexit kan en zal ongetwijfeld een negatieve invloed hebben op de performantie van heel wat boekhoudplichtige ondernemingen. We denken hierbij aan nadelige gevolgen in de zin van een toename van bepaalde kosten (bijvoorbeeld wisselkoersen, douaneformaliteiten), een reorganisatie van (een onderdeel van) de onderneming, een afname van de omzet, enzovoort. Voor sommige boekhoudplichtige ondernemingen zal dit mogelijks zelfs het voortbestaan van het bedrijf of een bedrijfsonderdeel in vraag stellen. Wanneer de onderneming nauw betrokken is met en sterk afhankelijk is van verrichtingen met het Verenigd Koninkrijk zal veelal een passende vermelding in de toelichting noodzakelijk zijn om de gebruiker van de jaarrekening voldoende in te lichten over de blootstelling aan de risico’s en kosten voor de onderneming ten gevolge van de brexit. 

Voor het merendeel van de KMO’s, die niet nauw betrokken zijn met of afhankelijk zijn van verrichtingen met het Verenigd Koninkrijk geldt evenwel dat de risico’s en kosten ten gevolge van de brexit behoren tot de algemene macro-economische risico’s die geen specifieke boekhoudkundige of jaarrekeningrechtelijke aandacht vergen. De in de onderneming opgebouwde reserves fungeren als algemene buffer voor de dekking van onzekerheden en risico's van algemene aard waarmee de onderneming wordt geconfronteerd. 

De Commissie brengt hierna een aantal specifieke punten onder de aandacht opdat de jaarrekening van een boekhoudplichtige onderneming die geconfronteerd wordt met de gevolgen van de brexit, een getrouw beeld zou geven.

Betrokken boekja(a)r(en

Het proces van de uittreding van het Verenigd Koninkrijk is reeds ingezet in het jaar 2017. Boekhoudplichtige ondernemingen kunnen bij het opstellen van de jaarrekening evenwel niet wachten op de definitieve uittreding om de mogelijke gevolgen van deze brexit te onderkennen. 

Het bestuursorgaan moet aldus ook reeds bij het opstellen van de jaarrekening over een vroeger boekjaar beoordelen of en in welke mate de waarderingsregels moeten worden aangepast en al dan niet aanvullende informatie moet worden opgenomen in de toelichting. Deze beoordeling behoort tot de exclusieve bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De appreciatie door het bestuursorgaan met betrekking tot de inschatting van de risico’s en kosten waaraan de onderneming is blootgesteld, behoort tot de beleidsbeslissingen van het bestuursorgaan. Beleidsbeslissingen uitgedrukt in de goedgekeurde jaarrekening kunnen niet meer worden gecorrigeerd. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie zijn beslissingen die het bestuursorgaan wettelijk gezien heeft kunnen nemen omdat de toepasselijke boekhoudrechtelijke regels een beoordelingsmarge toelaten, onherroepelijk, ook al blijken zijn achteraf onoordeelkundig en lichtzinnig te zijn geweest.4 Dit wil zeggen dat wanneer het bestuursorgaan een beleidsbeslissing met betrekking tot de waardering van de risico’s en kosten van een mogelijke, al dan niet harde brexit herziet, dit moet worden uitgedrukt in de eerstvolgende goed te keuren jaarrekening.

Gelet op de bestuurdersaansprakelijkheid dienaangaande spreekt het voor zich dat het bestuursorgaan de impact van de brexit met de nodige omzichtigheid en ernst moet inschatten. 

Non-adjusting event

Zoals toegelicht hiervoor is de Commissie van mening dat bij het opstellen van de jaarrekening rekening moet worden gehouden met alle risico’s, waarschijnlijke verliezen en waarschijnlijke kosten die bestaan op de balansdatum. Voor de inschatting hiervan moet het bestuursorgaan zich plaatsen op de balansdatum.5

Indien de brexit effectief plaatsvindt en deze brexit wordt voltrokken tussen de balansdatum en de datum van de opstelling van de jaarrekening, is deze voltrekking een gebeurtenis na balansdatum die geen aanleiding geeft tot een aanpassing van de cijfers vermeld in de balans en resultatenrekening. Indien van materieel belang moeten uiteraard wel alle passende vermeldingen in de toelichting worden opgenomen opdat de jaarrekening een getrouw beeld zou geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap. 

Waarderingsregels

Het legistieke raamwerk met betrekking tot de toe te passen waarderingsregels voor de betrokken boekhoudplichtige ondernemingen is opgenomen in Boek II, Titel I, Hoofdstuk II van het KB W.Venn.6 De Commissie merkt op dat in voorkomend geval aanvullende inlichtingen moeten worden gegeven in de toelichting wanneer de toepassing van voormelde waarderingsregels niet volstaat om met de jaarrekening een getrouw beeld te geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de onderneming.7

Het bestuursorgaan bepaalt de door haar toegepaste waarderingsregels rekening houdend met de eigen kenmerken van het bedrijf.8 Deze waarderingsregels worden vastgelegd in het inventarisboek9.10 Een samenvatting van deze waarderingsregels moet worden opgenomen in de toelichting. Deze samenvatting moet evenwel voldoende nauwkeurig zijn om een inzicht te verkrijgen in de toegepaste waarderingsregels.11 De waarderingsregels moeten van jaar tot jaar gelijk blijven en stelselmatig worden toegepast. Ze moeten evenwel worden gewijzigd wanneer ingevolge belangrijke veranderingen de vroeger vooropgestelde en gevolgde waarderingsregels niet langer waarborgen dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap.12

De Commissie brengt in het bijzonder de volgende waarderingsregels onder de aandacht naar aanleiding van de mogelijke economische gevolgen van de brexit.
Wijziging van de waarderingsregels, of de invulling ervan

Ter illustratie geeft de Commissie het volgende voorbeeld waarbij een wijziging van de waarderingsregels, of de invulling ervan, aan de orde kan zijn. Afschrijvingen verdelen de kosten van verwerving van het vast actief over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, of nog de economische levensduur van het actief. Deze levensduur moet dus geschat worden door het bestuursorgaan. De nuttigheids- of gebruiksduur wordt beïnvloed door technische en economische slijtage.13 Een wijziging van de waarderingsregels kan zich dan bijvoorbeeld opdringen wanneer installaties, machines of uitrusting ingevolge een structurele vermindering van de output, bijvoorbeeld door een structurele afname van de verkoop aan het Verenigd Koninkrijk, minder aan slijtage onderhevig worden waardoor de economische levensduur van deze ingezette installaties, machines of uitrusting verhoogt.

Terugname van geboekte afschrijvingen

Wanneer het voorheen toegepaste afschrijvingsplan voor vaste activa geleid heeft tot een te snelle afschrijving gelet op de gewijzigde economische of technologische omstandigheden, kan deze te snelle afschrijving worden teruggenomen. Dergelijke terugname van voorheen geboekte afschrijvingen is geen verplichting en dient met de nodige omzichtigheid toegepast te worden. 

Afwaardering van vlottende en vaste activa

Als algemene regel bij de waardering van activa geldt dat elk bestanddeel van het vermogen afzonderlijk moet worden gewaardeerd.14 In toepassing van artikel 45 KB W.Venn. moeten passende afschrijvingen geboekt worden teneinde de aanschaffingswaarde van de activa met een beperkte gebruiksduur te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur. Voor de vaste activa met een beperkte gebruiksduur moeten niet-recurrente afschrijvingen worden geboekt wanneer ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden hun boekhoudkundige waarde groter is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap. Dit kan bijvoorbeeld het gevolg zijn wanneer de afzetmarkt van de onderneming drastisch inkrimpt ten gevolge van de brexit. Geboekte niet-recurrente afschrijvingen moeten verplicht worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de afschrijvingen die het gevolg zijn van het opgestelde afschrijvingsplan, bijvoorbeeld wanneer nadien blijkt dat de afzetmarkt van onderneming opnieuw groter geworden is.  

Voor vaste activa met een onbeperkte gebruiksduur en voor vlottende activa worden waardeverminderingen geboekt ter correctie van de aanschaffingswaarde om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar. Ten gevolge van de brexit kunnen ondernemingen geconfronteerd worden met onvoorziene verliezen op hun activa. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een groter insolvabiliteitsrisico bij hun debiteuren dat aanleiding geeft tot het boeken van waardecorrecties op de vorderingen op dergelijke debiteuren. De afwaardering van activa die resulteert uit de gevolgen van de brexit kan naar de mening van de Commissie geboekt worden als een niet-recurrent resultaat. 

Bestellingen in uitvoering

Voor wat betreft de bestellingen die in uitvoering zijn, moet eveneens een inschatting worden gemaakt van de mogelijke gevolgen ingevolge de brexit. Er moeten waardeverminderingen worden geboekt als de vervaardigingsprijs, verhoogd met het geraamd bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de in de overeenkomst bedongen prijs. Aanvullende waardeverminderingen worden geboekt om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico’s inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.

Dergelijke waardeverminderingen kunnen het gevolg zijn van onverwachte stijgingen van de loonkosten, grondstoffen of andere elementen in de kostprijscalculatie. Echter is het evenzeer mogelijk dat waardeverminderingen dienen te worden geboekt als gevolg van een onverwachte gebeurtenis zoals vertragingen in de werkzaamheden of schade waardoor een deel van de werkzaamheden opnieuw dienen plaats te vinden. De inschatting van de gevolgen van een al dan niet harde brexit kan op inventarisdatum beduidend verschillen van de inschatting op datum van de negotiatie van de bestelling. Dit kan aldus aanleiding geven tot het boeken van waardeverminderingen op de bestellingen in uitvoering en dit zowel bij toepassing van de “percentage of completion” methode als de “completed contract” methode.

Indien volgens de meest recente berekeningen zou blijken dat de bestelling zelfs met verlies zal worden afgehandeld, dient de onderneming voor de risico’s en kosten verbonden aan de verdere uitvoering van deze bestellingen voorzieningen aan te leggen, voor zover deze risico’s niet gedekt zijn door voormelde waardeverminderingen. Indien bijgevolg op de balansdatum de vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamd bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de netto verkoopprijs moeten waardeverminderingen worden geboekt en indien deze waardeverminderingen ontoereikend zouden zijn, moet bijkomend een voorziening worden geboekt om het hoofd te bieden aan deze kosten.15

Wisselkoersverschillen 

Als de transacties van een bedrijf voor een groot gedeelte in Britse ponden verlopen, moet het bestuursorgaan zich afvragen hoe groot de blootstelling aan schommelingen in die valuta is. Sinds de aankondiging van de brexit verzwakte het pond immers al ten opzichte van de euro. De vraag is wat er gebeurt in het geval van een harde brexit. Voor wat betreft de boekhoudkundige verwerking van wisselkoersverschillen en omrekeningsverschillen verwijst de Commissie naar haar voorgaande adviezen.16

Herstructureringskosten

Het bestuursorgaan kan beslissen om zich te reorganiseren naar aanleiding van de brexit. In een heel aantal gevallen kan de onderneming er dan voor kiezen om de kosten die het gevolg zijn van deze reorganisatie te activeren. Artikel 58, tweede lid KB W.Venn. stelt immers dat kosten die worden gemaakt in het kader van een herstructurering onder de activa kunnen worden opgenomen. Daartoe moeten evenwel een aantal strikte voorwaarden vervuld zijn. Het moet gaan om welbepaalde kosten die verband houden met een ingrijpende wijziging in de structuur of de organisatie van de vennootschap en die ertoe strekken een gunstige en duurzame invloed te hebben op de rentabiliteit van de vennootschap. In de toelichting moet bij de waarderingsregels worden verantwoord dat aan deze voorwaarden is voldaan.17

Voorzieningen voor risico’s en kosten

De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap.18 De jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en rechten van de vennootschap, van haar schulden en verplichtingen evenals van haar eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en opbrengsten.19 Hierbij moet rekening worden gehouden met alle voorzienbare risico’s, mogelijke verliezen en ontwaardingen ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren.20 De kosten, risico’s en verliezen waaraan een onderneming kan zijn blootgesteld ingevolge de brexit kunnen aanzienlijk zijn. 

De beslissing om een voorziening voor risico’s of kosten aan te leggen is een uitermate delicate opdracht voor het bestuursorgaan van een vennootschap. Het zal vaak moeilijk zijn om een inschatting te maken van al de onzekere elementen (de waarschijnlijkheid van het risico, het verlies of de kost en het vermoedelijke bedrag van dit verlies of deze kost) die aan de grondslag liggen van de te vormen voorziening terwijl de beslissing om al dan niet een voorziening te boeken een belangrijke invloed kan hebben op het getrouw beeld van de jaarrekening en de relevantie van de door de vennootschap gepubliceerde informatie. De Commissie heeft het advies 2018/25- Voorzieningen goedgekeurd waarin de vorming, de besteding en de terugname van voorzieningen worden verduidelijkt. 

Wat betreft de impact van de brexit denkt de Commissie hierbij in het bijzonder aan het boeken van voorzieningen voor de schulden ten opzichte van het personeel bij sluiting van (een onderdeel van) de onderneming21. Het boeken van voorzieningen voor een lagere omzet is uiteraard niet mogelijk. Er kunnen uitsluitend voorzieningen worden geboekt voor kosten en verliezen die het gevolg zijn van de brexit. 

Wat betreft de omscholingskosten van het personeel brengt de Commissie in herinnering dat de kosten van opleiding van het personeel voor toekomstige activiteiten in principe niet geboekt kunnen worden als een voorziening.22

Going Concern

Ondernemingen die economisch nauw verbonden zijn met het Verenigd Koninkrijk, moeten bij het opstellen van hun jaarrekening nagaan of de toepassing van de waarderingsregels in een veronderstelling van continuïteit nog gerechtvaardigd is. Dienaangaande verwijst de Commissie naar haar advies 2018/18 – Going concern waarin de elementen worden verduidelijkt waarmee rekening moet worden gehouden bij het nagaan of de toepassing van de waarderingsregels in een veronderstelling van continuïteit nog gerechtvaardigd is en waarin wordt toegelicht hoe de onderneming verslag moet uitbrengen over deze beoordeling. Zoals toegelicht in de voorgaande randnummers 9 en 10 is de Commissie van mening dat het bestuursorgaan zich voor deze beoordeling moet plaatsen op de balansdatum. Indien de brexit vervolgens plaatsvindt tussen de balansdatum en de datum van het opstellen van de jaarrekening is dit een non-adjusting event waarvoor in voorkomend geval passende vermeldingen in de toelichting moeten worden opgenomen. 

Vermeldingen in de toelichting

Artikel 24 KB W.Venn. bepaalt dat de jaarrekening een getrouw beeld moet geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap. Wanneer de toepassing van de bepalingen van Boek II, Titel I KB W.Venn. niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.

Dit algemene principe komt voort uit artikel 4, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.

De toelichting bevat aanvullende gegevens indien deze van materieel belang zijn.

Met materieel belang wordt bedoeld de hoedanigheid van informatie waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat de weglating of onjuiste vermelding ervan de beslissingen die een gebruiker op basis van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een vennootschap neemt, zou kunnen beïnvloeden. Het materieel belang van afzonderlijke posten wordt beoordeeld in de context van andere gelijkaardige posten.

Grote, kleine en microvennootschappen moeten in de toelichting de impact van de brexit op hun bedrijf vermelden indien deze van materieel belang is. 

Hoewel de kleine (niet-genoteerde) vennootschappen vrijgesteld zijn van het opstellen van een jaarverslag en van het openbaar maken ervan23, is de Commissie van oordeel dat een analyse van potentiële risico’s nuttig en noodzakelijk is en stelt ze voor, ingeval de risico’s van materieel belang zijn, dergelijke analyse op te nemen in de toelichting bij de jaarrekening. 

Jaarverslag

Wat het scenario van de uitstap ook zal zijn, de Brexit zal voor vennootschappen een context van economische onzekerheid creëren.

Hoewel het merendeel van de kleine ondernemingen weinig zal voelen van de Brexit – zelfs van een harde Brexit –, behoort het elke onderneming toe die zou kunnen getroffen worden, een analyse uit te voeren van de potentiële risico’s van materieel belang die erbij komen kijken.

Deze analyse zal hoofdzakelijk gebeuren via een heldere en transparante vermelding in de jaarrekening en/of in het jaarverslag van de potentiële impact die de Brexit heeft op de financiële positie en op het vermogen van het bedrijf om de activiteiten voort te zetten.

Overeenkomstig artikel 96, § 1 W.Venn. bevat het jaarverslag in het bijzonder: 

  • een getrouw overzicht van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de vennootschap, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico's en onzekerheden waarmee zij geconfronteerd wordt. Dit overzicht bevat een evenwichtige en volledige analyse van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf en van de positie van de vennootschap die in overeenstemming is met de omvang en de complexiteit van dit bedrijf.
  • informatie omtrent de belangrijke gebeurtenissen die na het einde van het boekjaar hebben plaatsgevonden;
  • inlichtingen over de omstandigheden die de ontwikkeling van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden, voor zover zij niet van dien aard zijn dat zij ernstig nadeel zouden berokkenen aan de vennootschap.

In het geval van een vennootschap die bijzonder kwetsbaar is voor de Brexit, dient het bestuursorgaan de acties toe te lichten die het reeds ondernomen heeft of nog zal ondernemen om de geanalyseerde risico’s tegen te gaan.

Overeenkomstig artikel 95 W.Venn. moeten de bestuurders of zaakvoerders van grote vennootschappen en kleine genoteerde vennootschappen een verslag opstellen waarin zij rekenschap geven van hun beleid. 

Deel 2: Financiële rapporteringsverplichtingen

Belgische bijkantoren van Britse vennootschappen: rapporteringsverplichtingen24

Bijkantoren zijn onderhevig aan een aantal verplichtingen. De verplichtingen inzake openbaarmaking in de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd, hebben tot doel de rechten van derden te beschermen die via de bijkantoren in zakelijk contact treden met de buitenlandse vennootschappen25. In deze betreft het dus Belgische bijkantoren van Britse vennootschappen.

Zodra het Verenigd Koninkrijk niet langer deel uitmaakt van de Europese Unie worden dit Belgische bijkantoren van vennootschappen die niet langer zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie. 

Voor bijkantoren van buitenlandse vennootschappen die niet gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie gelden een aantal bijkomende rapporteringsverplichtingen.

Openbaarmakingsformaliteiten bij de opening van een Belgisch bijkantoor

De artikelen 81, 82 en 83 van het Wetboek van vennootschappen (hierna: W.venn.) geven een overzicht van de openbaarmakingsformaliteiten bij de opening van een Belgisch bijkantoor. Elke Britse vennootschap moet naar aanleiding van de opening van een Belgisch bijkantoor een aantal stukken en gegevens neerleggen ter griffie van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het bijkantoor zal worden gevestigd (of ingeval verscheidene bijkantoren worden geopend, ter griffie van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen een bijkantoor zal worden gevestigd, naar keuze van de vennootschap). Artikel 82 W.Venn. geeft een opsomming van de informatie die moet worden neergelegd naar aanleiding van de opening van een Belgisch bijkantoor van een buitenlandse vennootschap die valt onder het recht van een andere Staat dan een lidstaat van de Europese Unie26

Elke buitenlandse vennootschap die valt onder het recht van een andere Staat dan een lidstaat van de Europese Unie en een bijkantoor opricht in België, moet, vóór de opening van het bijkantoor, de hierna opgesomde gegevens en stukken neerleggen:
   1° het adres van het bijkantoor;
   2° de werkzaamheden van het bijkantoor;
   3° het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt;
   4° indien dat recht hierin voorziet, het register waarin de vennootschap is ingeschreven en het nummer waaronder de vennootschap daarin is ingeschreven;
   5° een stuk uitgaande van het in het 4° bedoelde register dat het bestaan van de vennootschap vaststelt;
   6° de oprichtingsakte en de statuten indien deze laatste onder een afzonderlijke akte zijn opgenomen, alsmede de wijzigingen die in deze stukken zijn aangebracht;
  7° de rechtsvorm, de zetel en het doel van de vennootschap, alsmede, ten minste eenmaal per jaar, het bedrag van het geplaatste kapitaal, voor zover deze gegevens niet in de in het 6° genoemde stukken voorkomen;
   8° de naam van de vennootschap alsmede de naam van het bijkantoor indien deze niet met deze van de vennootschap overeenstemt;
   9° de benoeming en de identiteit van de personen die bevoegd zijn de vennootschap jegens derden te verbinden en haar in rechte te vertegenwoordigen:
           a) als orgaan van de vennootschap waarin de wet voorziet, of als leden van een dergelijk orgaan;
           b) als vaste vertegenwoordigers van de vennootschap voor de werkzaamheden van het bijkantoor;
   10° de omvang van de bevoegdheden van de personen bedoeld in het 9°, alsook het gegeven of deze personen die bevoegdheid alleen of slechts gezamenlijk kunnen uitoefenen;
   11° de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap betreffende het laatst afgesloten boekjaar, in de vorm waarin deze rekeningen werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt.

De griffie schrijft hen in in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen en ze krijgen een ondernemingsnummer toegekend. De in het voormelde artikel 82 W.Venn. in het vet aangeduide zinssneden betreffen informatie die bijkomend moet worden neergelegd naar aanleiding van de oprichting van een Belgisch bijkantoor van een vennootschap die valt onder het recht van een andere Staat dan een lidstaat van de Europese Unie. Deze informatie moet dus niet worden gegeven indien deze buitenlandse vennootschap zou zijn gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, zoals vóór de brexit het geval was met Britse vennootschappen27

Eens opgericht zijn de Belgische bijkantoren van vennootschappen naar buitenlands recht  onderworpen aan de vereisten van het Belgisch gemeen boekhoudrecht28. Ze dienen hierbij de bepalingen na te leven van het Wetboek van economisch recht (hierna: WER) en haar uitvoeringsbesluiten, en van het W.Venn. en het koninklijk uitvoeringsbesluit ervan (hierna: KB W.Venn.). Het is met andere woorden niet mogelijk de boekhouding te voeren overeenkomstig de Britse grondslagen voor financiële verslaggeving. 

Het Belgisch bijkantoor moet zijn interne jaarrekening opmaken overeenkomstig de Belgische wettelijke schema’s. Net zoals voor de vennootschappen naar Belgisch recht, worden de inhoud en de vorm van hun jaarrekening bepaald op basis van dezelfde criteria inzake personeelsbestand, jaaromzet en balanstotaal als degene die gelden voor de ondernemingen onderworpen aan het W.Venn. Volgens de Commissie worden de groottecriteria inzake personeelsbestand, jaarlijkse omzet en balanstotaal beoordeeld voor de vennootschap naar buitenlands recht in haar geheel, en niet enkel voor het Belgische bijkantoor. De interne jaarrekening van het Belgisch bijkantoor moet evenwel niet worden neergelegd bij de Balanscentrale.29

Andere openbaarmakingsformaliteiten 

Behalve de openbaarmaking van bepaalde informatie naar aanleiding van de oprichting van een Belgisch bijkantoor voorziet artikel 83 W.Venn. een aantal bijkomende openbaarmakingsverplichtingen: 

Elke buitenlandse vennootschap die in België een bijkantoor gevestigd heeft, is gehouden de volgende stukken en gegevens openbaar te maken:
1° binnen dertig dagen na de beslissing of de gebeurtenis:
   a) elke wijziging van de stukken en gegevens respectievelijk bedoeld in (…) artikel 82, 1°, 2°, 3°, 4°, 6°, 7°, 8°, 9° en 10°;
   b) de ontbinding van de vennootschap, de benoeming, de identiteit en de bevoegdheden van de vereffenaars, alsmede de afsluiting van de vereffening;
   c) elk faillissement, gerechtelijk akkoord of elke andere soortgelijke procedure met betrekking tot de vennootschap;
   d) de sluiting van het bijkantoor;
2° jaarlijks, binnen een maand volgend op de algemene vergadering en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar, de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, volgens de bepalingen van (…) artikel 82, 11°.

Paragraaf 1 van artikel 84 W.Venn. verduidelijkt bovendien de wijze waarop deze informatie moet worden neergelegd:

§ 1. De stukken en gegevens bedoeld in de artikelen 81, 82 en 83 worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel30, overeenkomstig artikel 75, met uitzondering van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening die neergelegd worden bij de Nationale Bank van België.
Ingeval een buitenlandse vennootschap verscheidene bijkantoren opent, kan naar keuze van de vennootschap de neerlegging bedoeld in de artikelen 81, 82 en 83, met uitzondering van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening, gedaan worden ter griffie van de rechtbank van koophandel31 van het rechtsgebied waarbinnen een bijkantoor is gevestigd. In dit geval heeft de verplichting tot openbaarmaking betreffende de andere bijkantoren betrekking op de vermelding van het rechtspersonenregister van dat bijkantoor.

De neergelegde stukken bedoeld in de artikelen 81, 82 en 83 W.Venn. moeten bovendien worden opgesteld of vertaald in de taal of in één van de officiële talen van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen het bijkantoor is gevestigd32.

Artikel 107 W.Venn. stelt over de openbaarmakingsverplichtingen van buitenlandse vennootschappen:

§ 1. Elke buitenlandse vennootschap, die een bijkantoor heeft in België (…) is gehouden haar jaarrekening, en in voorkomend geval haar geconsolideerde jaarrekening, betreffende het laatst afgesloten boekjaar neer te leggen bij de Nationale Bank van België, in de vorm waarin deze rekeningen werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt. 
Deze neerlegging gebeurt jaarlijks, binnen de maand volgend op de goedkeuring ervan, en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar.
(…)
§ 2. De artikelen 100 tot 104 zijn van toepassing op de stukken bedoeld in § 1.
(…)

De vorm waarin de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van het Verenigd Koninkrijk

Britse vennootschappen die in het Verenigd Koninkrijk een jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening dienen op te stellen en openbaar te maken, moeten wanneer zij in België een bijkantoor vestigen, deze jaarrekening in België neerleggen in de vorm waarin deze jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt in het Verenigd Koninkrijk. Gezien de in de Boekhoudrichtlijn opgenomen opties voor lidstaten kunnen de boekhoud- en jaarrekeningrechtelijke bepalingen die aan de basis liggen van deze jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening afwijken van de Belgische bepalingen. De Britse vennootschappen moeten desondanks geen andere (nieuwe of herwerkte) jaarrekening of aanvullende informatie openbaar maken dan die welke zij in het Verenigd Koninkrijk moeten publiceren. Ze leggen hun jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening dus neer bij de Nationale Bank van België in de originele versie, desgevallend uitgedrukt in pond sterling. Ze dienen zich echter wel te houden aan de wettelijke bepalingen inzake het taalgebruik. België heeft geen gebruik gemaakt van de door artikel 38, § 1 van Richtlijn (EU) 2017/1132 geboden mogelijkheid om, wanneer de boekhoudbescheiden niet zouden zijn opgesteld in overeenstemming met Richtlijn 2013/34/EU of op een gelijkwaardige wijze, te eisen dat de boekhoudstukken over de werkzaamheden van het bijkantoor zelf moeten worden opgesteld en openbaar gemaakt.

Wat de openbaarmaking van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de Britse vennootschap betreft, dient het onderscheid te worden gemaakt tussen Belgische bijkantoren van Britse vennootschappen die, gelet op hun rechtsvorm, wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening/geconsolideerde jaarrekening in het Verenigd Koninkrijk openbaar te maken enerzijds en Belgische bijkantoren van Britse vennootschappen die, gelet op hun rechtsvorm, niet verplicht zijn hun jaarrekening/geconsolideerde jaarrekening in het Verenigd Koninkrijk openbaar te maken anderzijds. De Commissie merkt op dat de andere publicatieverplichtingen zoals voorzien in de artikelen 82 en 83 W.Venn. uiteraard van toepassing blijven.

Belgische bijkantoren van Britse vennootschappen die, gelet op hun rechtsvorm, wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening/geconsolideerde jaarrekening in het Verenigd Koninkrijk openbaar te maken

Zijn deze Britse vennootschappen in België actief via een Belgisch bijkantoor, dan moeten zij vóór de opening van dit bijkantoor en later elk jaar hun jaarrekening en in voorkomend geval hun geconsolideerde jaarrekening neerleggen bij de Nationale Bank van België. Maakt een Britse vennootschap met een Belgisch bijkantoor in het Verenigd Koninkrijk haar jaarrekening niet openbaar (met overtreding van de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk), dan betekent dit niet dat zij wordt vrijgesteld van de verplichting om haar jaarrekening in België openbaar te maken.

Belgische bijkantoren van Britse vennootschappen die, gelet op hun rechtsvorm, wettelijk niet verplicht zijn hun jaarrekening/geconsolideerde jaarrekening in het Verenigd Koninkrijk openbaar te maken

Is de Britse vennootschap op grond van de Britse wetgeving niet verplicht om een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening openbaar te maken, dan is zij krachtens artikel 38 van de Richtlijn 2017/1132 en krachtens de artikelen 82, 83 en 107 W.Venn. wanneer ze in België een bijkantoor opricht of heeft opgericht, eveneens vrijgesteld van publicatie van de jaarrekening van de Britse vennootschap. 

Dus wanneer een Britse moedervennootschap op basis van de Britse nationale wetgeving geen geconsolideerde jaarrekening hoeft openbaar te maken, is zij krachtens artikel 38 van de Richtlijn 2017/1132 en krachtens de artikelen 82, 83 en 107 W.Venn. wanneer ze in België een bijkantoor opricht of heeft opgericht, eveneens vrijgesteld van publicatie van de geconsolideerde jaarrekening van de Britse vennootschap. 

Is de Britse vennootschap op basis van nationale wetgeving vrijgesteld van de verplichting tot opstelling en publicatie van een geconsolideerde jaarrekening, op voorwaarde dat een dergelijke geconsolideerde jaarrekening waarin de betrokken vennootschap en haar dochtervennootschappen werden opgenomen op een hoger niveau in het Verenigd Koninkrijk wordt opgesteld en openbaar gemaakt33, dan voldoet, in geval van een bijkantoor in België, de neerlegging bij de Nationale Bank van België van deze op een hoger niveau opgestelde geconsolideerde jaarrekening die de Britse dochtervennootschap in het Verenigd Koninkrijk moet neerleggen, aan de voorschriften van de artikelen 82, 11°, 83, 2° en 107, §1, 1ste en 2de lid W.Venn.

Belgische dochtervennootschappen van een Britse moedervennootschap: rapporteringsverplichtingen

Belgische dochtervennootschappen voeren hun boekhouding en stellen hun jaarrekening/geconsolideerde jaarrekening op in overeenstemming met de Belgische boekhoud- en jaarrekeningrechtelijke bepalingen. 

Zoals bepaald in artikel 23 van de Boekhoudrichtlijn heeft de Belgische wetgeving in artikel 113 W.Venn. een vrijstelling van subconsolidatie voorzien mits voldaan is aan een aantal voorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat het om een dochtervennootschap gaat van een moedervennootschap die een geconsolideerde jaarrekening en jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opstelt, laat controleren en openbaar maakt en waarin de betrokken dochtervennootschap alsook al haar dochtervennootschappen werden opgenomen.

Valt de moedervennootschap onder het recht van een lidstaat van de Europese Unie, dan dient haar geconsolideerde jaarrekening en jaarverslag over deze geconsolideerde jaarrekening te worden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt overeenkomstig de voorschriften die deze lidstaat heeft uitgevaardigd met toepassing de Boekhoudrichtlijn34. Toegepast op een Belgische dochtervennootschap van een Britse moedervennootschap dient, opdat de Belgische dochter zou kunnen genieten van de vrijstelling van subconsolidatie, de Britse moedervennootschap dus een geconsolideerde jaarrekening en jaarverslag op te stellen, te laten controleren en openbaar te maken overeenkomstig de voorschriften die het Verenigd Koninkrijk heeft uitgevaardigd met toepassing van de Boekhoudrichtlijn en waarin de Belgische dochtervennootschap alsook al haar dochtervennootschappen werden opgenomen.

Valt na de brexit de Britse moedervennootschap niet langer onder het recht van een lidstaat van de Europese Unie, dan moet de Britse moedervennootschap, opdat de Belgische dochter zou kunnen genieten van de vrijstelling van subconsolidatie, haar geconsolideerde jaarrekening en haar jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opstellen:35   

  • overeenkomstig de Boekhoudrichtlijn of op een gelijkwaardige wijze als de geconsolideerde jaarrekeningen en jaarverslagen die zijn opgesteld in overeenstemming met deze richtlijn;
  • overeenkomstig de internationale standaarden voor jaarrekeningen die op grond van Verordening (EG) 1606/2002 zijn opgesteld of op een wijze die hiermee gelijkwaardig is overeenkomstig de Verordening 1569/200736.

Aangezien grondslagen voor financiële verslaggeving van het Verenigd Koninkrijk, voor de brexit in overeenstemming zijn met de Boekhoudrichtlijn stelt zich niet onmiddellijk een probleem. Zodra het Verenigd Koninkrijk na de brexit zou beslissen om haar grondslagen voor financiële verslaggeving te wijzigen, dient te worden nagegaan in hoeverre nog is voldaan aan de voorwaarden voor een Belgische dochtervennootschap om blijvend gebruik te kunnen maken van de vrijstelling van subconsolidatie.

Britse vennootschappen genoteerd in België in de zin van artikel 4: rapporteringsverplichtingen37

Artikel 107 W.Venn. stelt dat elke buitenlandse vennootschap waarvan de effecten in België genoteerd zijn in de zin van artikel 438, is gehouden haar jaarrekening, en in voorkomend geval haar geconsolideerde jaarrekening, betreffende het laatst afgesloten boekjaar neer te leggen bij de Nationale Bank van België, in de vorm waarin deze rekeningen werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt. 

De verplichtingen inzake de openbaarmaking van periodieke en doorlopende informatie voor een Britse emittent waarvan de effecten tot de handel op een in België gelegen of werkzame gereglementeerde markt zijn toegelaten, kunnen worden teruggevonden in de Wet van 2 augustus 200239 en haar uitvoeringsbesluit van 14 november 200740, naar aanleiding van de omzetting van de Transparantierichtlijn 2004/109/EG.41

De verplichting tot opstelling en openbaarmaking van de gecontroleerde jaarrekeningen42, het jaarverslag en het commissarisverslag is van toepassing op emittenten van effecten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en waarvoor België de lidstaat van herkomst43 is. De gecontroleerde jaarrekeningen omvatten de geconsolideerde jaarrekening opgesteld overeenkomstig IAS/IFRS wanneer de emittent een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen. Deze jaarlijkse financiële verslaggeving wordt openbaar gemaakt uiterlijk vier maanden na het einde van het boekjaar.44

Op grond van art. 107, § 1, vierde lid W.Venn. kan de Koning afwijkende bepalingen vaststellen voor wat betreft de buitenlandse vennootschappen waarvan de financiële instrumenten opgenomen zijn in een Belgische gereglementeerde markt, in de zin van artikel 3, 8°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU45. De FSMA kan emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is in een derde land ontheffing verlenen van bepaalde verplichtingen mits de wetgeving van het betrokken derde land gelijkwaardige verplichtingen oplegt of de emittent zich houdt aan de wetgeving van een derde land die gelijkwaardige verplichtingen oplegt46. Het Europees gelijkwaardigheidsbeleid47 kan ook worden gebruikt door vennootschappen uit derde landen (waaronder het Verenigd Koninkrijk na de brexit) die in Europa genoteerd zijn. 

Verslag betalingen aan overheden

Bepaalde vennootschappen48 die actief zijn in de winningsindustrie49 of de houtkap van oerbossen50 dienen elk jaar een verslag van betalingen aan overheden op te stellen waarvan de vorm en de inhoud bepaald worden door de Koning. Het verslag wordt door toedoen van de bestuurders of zaakvoerders tegelijkertijd met de jaarrekening neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Deze verplichting is evenwel niet van toepassing op de onder het recht van een lidstaat van de Europese Unie vallende vennootschappen51 die een dochtervennootschap of moedervennootschap zijn, indien de onderstaande voorwaarden vervuld zijn:

a) de moedervennootschap valt onder het recht van een lidstaat van de Europese Unie;
b) de door een dergelijke vennootschap aan overheden verrichte betalingen zijn opgenomen in het geconsolideerde verslag dat overeenkomstig artikel 119/1 door de moedervennootschap wordt opgesteld.

De verplichting is evenmin van toepassing op vennootschappen die een verslag over de betalingen aan overheden opstellen en dit verslag openbaar maken conform de verslaggevingsvereisten van een derde land die overeenkomstig artikel 47 van de omgezette Richtlijn 2013/34/EU als gelijkwaardig zijn beoordeeld. Deze vennootschappen zijn verplicht dit verslag openbaar te maken.

Een Belgische dochtervennootschap van een Britse moedervennootschap kan dus na de brexit niet langer gebruik maken van de vrijstelling tenzij de Britse verslaggevingsvereisten overeenkomstig artikel 47 van de omgezette Richtlijn 2013/34/EU door de Europese Commissie als gelijkwaardig worden beoordeeld.52

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat een ontwerpadvies op 6 maart 2019 ter publieke consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.
  • 3. Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht, overweging 14.
  • 4. Zie ook CBN-advies 2014/4 – Correctie van de jaarrekening.
  • 5. Zie dienaangaande ook randnummers 20 tot 28 van CBN-advies 2018/25 – Voorzieningen.
  • 6. Artikel 28 en volgende van het KB W.Venn.
  • 7. Artikel 24 KB W.Venn.
  • 8. Artikel 28, § 1, eerste lid KB W.Venn.
  • 9. Het inventarisboek is het boek zoals bedoeld in artikel III.89, § 1 WER.
  • 10. Artikel 28, § 1, tweede lid KB W.Venn.
  • 11. Artikel 28, § 1, tweede lid KB W.Venn.
  • 12. Artikel 30, tweede lid KB W.Venn.
  • 13. Zie ook advies CBN-advies 2010/15 – Afschrijvingsmethoden.
  • 14. Artikel 31 KB W.Venn.
  • 15. Zie ook CBN-advies 2012/15 – Bestellingen in uitvoering.
  • 16. Voornamelijk CBN-advies 152/1 - Boekingen van deviezenverrichtingen en verwerking van tegoeden en verplichtingen in deviezen in de jaarrekening, aangevuld door CBN-advies 152/4 – Niet-monetaire financiële activa in deviezen (deelnemingen en aandelen) en CBN-advies 152/5 – Verwerking van omrekeningsverschillen.
  • 17. Zie ook CBN-advies 2011/24 – Herstructureringskosten – Verwerking in de jaarrekening.
  • 18. Artikel 24, eerste lid KB W.Venn.
  • 19. Artikel 25, § 1 KB W.Venn.
  • 20. Artikel 33, eerste lid KB W.Venn.
  • 21. Zie ook randnummers 74 en volgende van CBN-advies 2018/25 – Voorzieningen.
  • 22. Zie ook randnummers 95 en 96 van CBN-advies 2018/25 – Voorzieningen.
  • 23. Artikel 94 W.Venn.
  • 24. Zie ook CBN-advies 2018/06 – Belgische bijkantoren van vennootschappen naar buitenlands recht: toepassing van het Belgisch boekhoudrecht - begrip “bijkantoor” – publicatieplicht.
  • 25. Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht, overweging 16.
  • 26. Deze lijst van verplichte openbaar te maken akten en gegevens is gebaseerd op artikel 37 van de Richtlijn (EU) 2017/1132 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2018 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht. In de Richtlijn betreft het evenwel openbaarmakingsverplichtingen uitsluitend voor bijkantoren van Britse companies incorporated with limited liability. Het W.Venn. gaat verder en heeft deze verplichting ingevoerd voor elke Britse vennootschap die een bijkantoor opricht in België.
  • 27. Artikel 81 W.Venn.
  • 28. Artikel I.5 WER.
  • 29. CBN-advies 2019/02 – Belgische bijkantoren van vennootschappen naar buitenlands recht: eigen boekhoudkundige verplichtingen.
  • 30. Nu “ondernemingsrechtbank”.
  • 31. Nu “ondernemingsrechtbank”.
  • 32. Artikel 85 W.Venn.
  • 33. De zogenaamde vrijstelling van subconsolidatie.
  • 34. Artikel 113, § 2, tweede lid, 3°, a) W.Venn.
  • 35. Artikel 113, § 2, tweede lid, 3°, b) W.Venn.
  • 36. Verordening (EG) Nr. 1569/2007 van de Commissie van 21 december 2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast. Wanneer de Commissie, hetzij naar aanleiding van een verzoek, hetzij op eigen initiatief, een besluit over de gelijkwaardigheid neemt, maakt zij dit besluit openbaar. Zie hiervoor de Beschikking van de Commissie van 12 december 2008 betreffende het gebruik door effectenuitgevende instellingen van derde landen van nationale standaarden voor jaarrekeningen van bepaalde derde landen en van de International Financial Reporting Standards voor de opstelling van hun geconsolideerde financiële overzichten. In deze Beschikking worden de Japanse grondslagen voor financiële verslaggeving, alsook de algemeen aanvaarde grondslagen van de Verenigde Staten van Amerika, de Volksrepubliek China, Canada, de Republiek Korea en de Republiek India als gelijkwaardig met de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 goedgekeurde IFRS aangemerkt.
  • 37. Analyse mede gebaseerd op de Circulaire van de FSMA: https://www.fsma.be/sites/default/files/public/fsma_2012_01_nl.pdf
  • 38. Artikel 4 W.Venn. definieert genoteerde vennootschappen als zijnde vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 3, 7° van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU.
  • 39. Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
  • 40. Koninklijk besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt.
  • 41. Richtlijn 2004/109/EG van het Europees parlement en de raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG.
  • 42. Behoudens dit jaarlijks financieel verslag geldt tevens de verplichting tot openbaarmaking van een jaarlijks communiqué alsook de publicatie van het halfjaarlijks verslag. Op deze rapporteringsverplichtingen wordt hier niet verder ingegaan.
  • 43. België kan de lidstaat van herkomst zijn in de volgende gevallen:
    1) voor emittenten van aandelen en voor emittenten van schuldinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro:
    - emittenten met statutaire zetel in België;
    - emittenten waarvan de statutaire zetel gelegen is in een derde land en die België als lidstaat van herkomst hebben gekozen uit de lidstaten waar hun effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;
    2) voor emittenten van andere effecten die België hebben gekozen als lidstaat van herkomst, wat mogelijk is op grond van twee aanknopingspunten, m.n. statutaire zetel in België of toelating tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt.
  • 44. De Transparantierichtlijn maakt een onderscheid tussen verspreiding van informatie en opslag ervan. Verspreiding gebeurt via de media en heeft tot doel informatie snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk publiek. Dankzij de opslag van informatie blijft informatie die verspreid werd ook na de verspreiding nog toegankelijk (of beschikbaar) voor het publiek.
  • 45. Artikel 3, 8° van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU definieert het begrip “Belgische gereglementeerde markt" als zijnde “een gereglementeerde markt met België als lidstaat van herkomst”.
  • 46. Artikel 19 KB 14 november 2007.
  • 47. Zijnde de aan IFRS gelijkwaardige standaarden.
  • 48. Artikel 96/2 W.Venn.: genoteerde vennootschappen zoals bepaald in artikel 4, vennootschappen bedoeld in artikel 92, § 3, 1°, 2°, 4° of 6°, alsook vennootschappen die meer dan één van de in artikel 16, § 1 vermelde criteria overschrijden, met dien verstande dat de criteria berekend worden op enkelvoudige basis tenzij deze vennootschap een moedervennootschap is.
  • 49. Artikel 96/1 W.Venn. vennootschap actief in de winningsindustrie: een vennootschap met, volledig of gedeeltelijk, activiteiten op het gebied van exploratie, prospectie, opsporing, ontwikkeling en winning van mineralen, aardolie, aardgas en andere stoffen, binnen de economische activiteiten die vallen onder sectie B, afdelingen 05 tot 08, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1983/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2.
  • 50. Artikel 96/2 W.Venn. vennootschap actief in de houtkap van oerbossen: een vennootschap met activiteiten in oerbossen die vallen onder sectie A, afdeling 02, groep 02.2, van dezelfde bijlage.
  • 51. Tenzij het zou gaan om één van de in artikel 92, § 3, 1°, 2°, 4° of 6° bedoelde vennootschappen.
  • 52. Artikel 46 richtlijn 2013/34/EU: de Europese Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen om na te gaan of de verslagleggingsvereisten van derde landen als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd.