COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2010/8 - Financiële steunverlening

Advies van 16 juni 2010


In overeenstemming met artikel 23 van de gewijzigde Tweede Vennootschapsrichtlijn1 bepaalt het Wetboek van Vennootschappen dat het vanaf 1 januari 2009 een vennootschap is toegestaan om middelen voor te schieten, leningen toe te staan of zekerheden te stellen met het oog op de verkrijging van haar effecten door een derde2

Deze financiële steunverlening moet evenwel voldoen aan een aantal voorwaarden3. Zo moet het voor die verrichting uitgetrokken bedrag overeenkomstig artikel 617 W.Venn.4 voor uitkering vatbaar zijn en moet de vennootschap aan de passiefzijde van haar balans een niet voor uitkering beschikbare reserve5 opnemen ten bedrage van de totale financiële bijstand6.

Wat betreft de waardering van deze “totale financiële bijstand” dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de situatie waarin de onderneming middelen ter beschikking stelt van een derde, en de situatie waarin de onderneming een zekerheid stelt ten voordele van een derde.

Terbeschikkingstelling van financiële middelen

Indien de vennootschap voor de verkrijging van eigen effecten door een derde financiële middelen ter beschikking stelt, dient ten belope van de “totale financiële bijstand” een onbeschikbare reserve te worden aangelegd. Naar de mening van de Commissie is de totale financiële bijstand gelijk aan de nominale waarde van de lening u/g, exclusief de rente7.

De vorming van de onbeschikbare reserve dient slechts via de resultaatverwerking te gebeuren wanneer het overgedragen resultaat of het resultaat van het boekjaar daartoe wordt aangewend8. De overboeking van de ene reserve naar de andere reserve mag rechtstreeks gebeuren.

Boekingen bij de terbeschikkingstelling van financiële middelen

291 Overige vorderingen X  
of 41 Overige vorderingen    
  aan 550 Kredietinstellingen   X
6921 Toevoeging aan de overige reserves X  
of 133 Beschikbare reserves    
  aan 1311 Andere onbeschikbare reserves   X

Naarmate het kapitaalbestanddeel van de lening wordt terugbetaald, mag een overboeking van de onbeschikbare reserves naar de beschikbare reserves gebeuren.

Stellen van zekerheden

Indien de vennootschap voor de verkrijging van eigen effecten door een derde zekerheden stelt, dient eveneens ten belope van de “totale financiële bijstand” een onbeschikbare reserve te worden aangelegd.

De vraag stelt zich hoe deze totale financiële bijstand bij zekerheidstellingen dient gewaardeerd te worden.

De Commissie is van oordeel dat uitgegaan dient te worden van de waarde van de verstrekte zekerheden of, indien dit lager ligt, van het bedrag van de gewaarborgde lening, aangezien de vennootschap zich boekhoudkundig maximaal ten belope van dit bedrag kan verarmen. Met de waarde van de verstrekte zekerheden wordt de waarde bedoeld waarvoor een actief voorkomt op de balans van de vennootschap die de zekerheid verstrekt. Het risico van aantasting van kapitaal bestaat immers slechts ten belope van het bedrag waarvoor de in zekerheid gegeven activa voorkomen op de balans.

De werkelijke waarde van de verstrekte zekerheden dient wel in klasse 0 van het rekeningenstelsel geboekt te worden en in de toelichting van de jaarrekening bij de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen vermeld te worden.

Voorbeeld

Een vennootschap stelt een hypotheek op één van haar gebouwen voor een door een derde aangegane lening van 1.000.000 euro. Dit gebouw staat in de balans gewaardeerd voor 400.000 euro (werkelijke waarde: 600.000 euro). Bijgevolg moet een onbeschikbare reserve van 400.000 euro opgenomen worden in de balans van de vennootschap, aangezien het risico van aantasting van kapitaal beperkt is tot de boekwaarde van de in waarborg gegeven activa.

6921 Toevoeging aan de overige reserves 400.000  
of 133 Beschikbare reserves    
  aan 1311 Andere onbeschikbare reserves   400.000
022 Crediteuren van derden, houders van zakelijke zekerheden 600.000  
  aan 023 Zakelijke zekerheden, gesteld voor rekening van derden   600.000

Naarmate het actief wordt afgeschreven, mag de onbeschikbare reserve teruggenomen worden9.

Voorbeeld

6302 Afschrijvingen op materiële vaste activa 25.000  
  aan 22109 Geboekte afschrijvingen op MVA (-)   25.000
1311 Andere onbeschikbare reserves 25.000  
  aan 133 Beschikbare reserves    25.000

Indien de tot zekerheid verstrekte activa in de toekomst geherwaardeerd zouden worden, is het volgens de Commissie niet noodzakelijk de onbeschikbare reserve te verhogen ten belope van het bedrag van de herwaarderingsmeerwaarde. De herwaarderingsmeerwaarde moet immers op het passief geboekt worden onder post III Herwaarderingsmeerwaarden, welke tot het onbeschikbaar eigen vermogen  behoort10. Indien men voor ditzelfde bedrag ook een onbeschikbare reserve zou moeten aanleggen, zou dit bedrag tweemaal onder het onbeschikbaar eigen vermogen ressorteren, wat niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest.
 

  • 1. Richtlijn 77/91/EEG van de Raad met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal (Tweede Vennootschapsrichtlijn). De wijzigingen aan de Tweede Vennootschapsrichtlijn ingevolge Richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 werden omgezet in ons nationaal recht door het Koninklijk Besluit van 8 oktober 2008 (B.S. 30 oktober 2008).
  • 2. De toepassing van de gewijzigde bepalingen van de Tweede Vennootschapsrichtlijn werd bij de omzetting van Richtlijn 2006/68/EG in ons nationaal recht uitgebreid tot andere vennootschapsvormen, meer bepaald tot de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en de coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (Verslag aan de Koning bij het KB van 8 oktober 2008, B.S. 30 oktober 2008).
  • 3. Zie artikel 329 W.Venn (bvba), artikel 430 W.Venn (CVBA) en artikel 629 W.Venn. (NV).
  • 4. De verwijzing naar artikel 617 W.Venn. dient naar het oordeel van de Commissie begrepen te worden als een verwijzing naar het volledige artikel, waarbij het derde lid uiteraard slechts van toepassing is indien er oprichtingskosten en/of kosten van onderzoek en ontwikkeling door de vennootschap werden geactiveerd. Zie ook V. COLAERT, “Standpunt: de letter versus de geest van de wet. Het toepassingsgebied van artikel 617 W.Venn.”, T.R.V. 2007, afl. 1, 21-29.
  • 5. De Commissie is van oordeel dat de wetgever hierbij een onbeschikbare reserve voor ogen had. In de Franse tekst spreekt men trouwens ondubbelzinnig over “une réserve indisponible”.
  • 6. Artikel 629, § 1, 4° W.Venn. (NV). Voor de bvba en CVBA, zie artikel 329, § 1, 4° W.Venn. en artikel 430, §1, 4° W.Venn.
  • 7. Het is het bedrag aan liquide middelen dat het vermogen van de vennootschap verlaat dat voor uitkering vatbaar moet zijn en bijgevolg als onbeschikbare reserve moet geboekt worden.
  • 8. Cf. advies 121/3 “Mutaties binnen het eigen vermogen”, Bull. CBN 1995, afl. 34, 3-10.
  • 9. Cf. de boekhoudkundige verwerking van de onbeschikbare reserve voor eigen aandelen. Wordt een waardevermindering geboekt op de verkregen eigen aandelen, dan mag de onbeschikbare reserve voor eigen aandelen voor eenzelfde bedrag worden overgeboekt naar een beschikbare reserve. Artikel 623 W.Venn. bepaalt immers dat een onbeschikbare reserve wordt gevormd, gelijk aan de waarde waarvoor de verkregen aandelen in de inventaris zijn ingeschreven. De Commissie is de mening toegedaan dat dezelfde redenering mutatis mutandis van toepassing is op de onbeschikbare reserve, aangelegd ten belope van de totale financiële bijstand zoals bepaald door artikel 629, § 1, 4° W.Venn.
  • 10. Zie ook R.Tas, Winstuitkering, kapitaalvermindering en –verlies in NV en BVBA, Kalmthout, Biblo, 2003, nr. 236.