COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

Technische nota 2017/01 - Definiëring van EBIT / EBITDA
na omzetting van de accountingrichtlijn 2013/34/EU

Technische nota van 31 mei 20171

In hetgeen volgt wenst de Commissie onder de vorm van een Technische nota haar zienswijze te verstrekken omtrent de definiëring van EBIT / EBITDA op basis van het Belgische jaarrekeningschema2. We wensen de lezer er attent op te maken dat een dergelijke definiëring niet evident is, gezien dit sterk afhankelijk is van de sector waarin de desbetreffende onderneming actief is. Daarnaast worden we tevens geconfronteerd met de realiteit dat binnen de Europese financiële rapporteringspraktijk, het EBIT / EBITDA concept niet eenduidig werd gedefinieerd.

EBIT (Earnings Before Interest and Taxes) en EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization) zijn zogenaamde performantiemaatstaven dewelke gehanteerd worden om de operationele performantie van een onderneming weer te geven.  

Zowel EBIT als EBITDA zijn afkomstig uit de internationale financiële rapporteringspraktijk, en worden reeds verschillende jaren gehanteerd door voornamelijk beursgenoteerde ondernemingen. Echter, daar waar de genoteerde ondernemingen vertrouwd zijn met deze concepten, acht de Commissie het raadzaam zowel het EBIT als EBITDA concept te definiëren op basis van de Belgische jaarrekening teneinde de interpretatieproblematiek van dergelijke performantiemaatstaven te reduceren voor wat betreft de niet-beursgenoteerde ondernemingen.

Omschrijving van EBIT en EBITDA

EBIT ofwel Earnings Before Interest and Taxes wordt gelijkgesteld aan de zogenaamde operationele winst of verlies. Deze performantiemaatstaf houdt dus met andere woorden geen rekening met de effecten van de kapitaalstructuur van de desbetreffende onderneming, noch met de diverse aspecten van de ondernemingsfiscaliteit dewelke opgenomen werden in de resultatenrekening.

EBIT was de voorganger van EBITDA ofwel Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization. Deze laatste verwijdert nog enkele bijkomende niet-kaselementen uit de resultatenrekening, met name: de afschrijvingskost en de waardeverminderingen.

De structuur van de Belgische resultatenrekening

De Belgische resultatenrekening kent, in tegenstelling tot internationaal aanvaarde normering hieromtrent, elementen uit een zogenaamde functionele en naar-aard classificatie; anderzijds bestaat de mogelijkheid om niet-recurrente resultaten te erkennen. Niet-recurrente resultaten worden conform het Belgische Jaarrekeningrecht omschreven als kosten en opbrengsten die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening.

Overeenstemming tussen EBIT en de Belgische resultatenrekening

Zoals gesteld onder randnummer 1 tracht EBIT een maatstaf te zijn voor de operationele winst of verlies binnen een bepaalde periode, waardoor EBIT conform de Belgische resultatenrekening het meest overeenstemt met de code 9901 Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies). Echter, we erkennen twee problematieken indien we deze code zouden gelijkstellen met de EBIT; enerzijds dienen we in deze context de behandeling van de niet-recurrente bedrijfsopbrengsten en bedrijfskosten te analyseren en anderzijds moeten de financiële resultaten herwerkt worden om te komen tot het EBIT concept.

Het EBIT concept is ontstaan binnen de internationale / Angelsaksische financiële rapporteringspraktijk. Kenmerkend aan de internationale financiële rapporteringsstandaarden is de totale afwezigheid of beperktere aanwezigheid van uitzonderlijke resultaten in vergelijking tot het Belgische Jaarrekeningenrecht. Inderdaad, uitzonderlijke resultaten zijn conform IFRS en meer bepaald IAS 1 paragraaf 87 niet toegestaan:

“Een entiteit mag baten of lasten niet als buitengewone posten presenteren, noch in het (de) overzicht(en) van winst of verlies en niet-gerealiseerde resultaten, noch in de toelichting.”.

Tevens worden onder de US GAAP normen, slechts voor een aantal transacties uitzonderlijke resultaten erkend (o.a. badwill).

Als gevolg van de omzetting van de accountingrichtlijn worden de uitzonderlijke resultaten geschrapt als afzonderlijke rubriek van de resultatenrekening en worden ze ondergebracht onder de bedrijfsresultaten dan wel de financiële resultaten. Ze worden voortaan aangeduid als niet-recurrente resultaten, evenwel zonder dat op inhoudelijk vlak, i.e. met betrekking tot de kwalificatie, een wijziging plaatsvindt3. Hierdoor sluit de presentatie van de Belgische jaarrekening nauwer aan met deze zoals gekend onder de internationale rapporteringspraktijk. Als vertrekbasis voor de bepaling van de EBIT kan dus nog steeds de hoofding Winst (verlies) van het boekjaar voor belasting ofwel code 9903 genomen worden.

Een tweede problematiek bevindt zich op het niveau van de financiële resultaten; zowel de financiële opbrengsten van beleggingen en liquide middelen (codes: 750, 751 en 752/9) alsook de financiële kosten van financiële schulden (codes: 650 en 652/9) moeten gecorrigeerd worden in het resultaat verkregen in code 9903.

Daarnaast zal voor de berekening van de EBIT er tevens moeten rekening gehouden worden met de bedragen opgenomen onder code 76B en 66B.

Dit betekent in concreto dat de berekening van de EBIT op basis van de Belgische resultatenrekening na omzetting van de accountingrichtlijn als volgt verloopt:
 

Winst (verlies) van het boekjaar voor belasting 9903 VOL 4
       
-    Opbrengsten uit financiële vaste activa   750 VOL 4
-    Opbrengsten uit vlottende activa   751 VOL 4
-    Andere financiële opbrengsten   752/9 VOL 4
       
       
+    Kosten van schulden   650 VOL 4
+    Andere financiële kosten   652/9 VOL 4
       
-    Andere niet recurrente financiële opbrengsten   769 VOL 6.12
+    Andere niet recurrente financiële kosten   668 VOL 6.12
       
EBIT      

De respectievelijke codes verwijzen naar het zogenaamde volledige schema van de Belgische jaarrekening; voor wat betreft het verkorte schema verwijzen wij naar de corresponderende rekeningen van het M.A.R. Het is duidelijk dat op basis van de resultatenrekening de EBIT voor een verkort schema niet kan berekend worden.

Overeenstemming tussen EBITDA en de Belgische resultatenrekening

De overgang van EBIT naar EBITDA is vrij voor de hand liggend, er worden namelijk nog twee bijkomende correcties ten aanzien van de EBIT doorgevoerd voor zogenaamde niet-kas items: depreciations en amortizations. Daar de Belgische resultatenrekening elementen van een naar-aard en functionele classificatie bevat, zijn de hoofdingen die betrekking hebben op depreciations en amortizations verspreid over verschillende rubrieken van de resultatenrekening.

De overgang van EBIT naar EBITDA na omzetting van de accounting richtlijn verloopt dan ook als volgt:

Winst (verlies) van het boekjaar voor belasting 9903 VOL 4
       
-    Opbrengsten uit financiële vaste activa   750 VOL 4
-    Opbrengsten uit vlottende activa   751 VOL 4
-    Andere financiële opbrengsten   752/9 VOL 4
       
       
+    Kosten van schulden   650 VOL 4
+    Andere financiële kosten   652/9 VOL 4
       
-    Andere niet recurrente financiële opbrengsten   769 VOL 6.12
+    Andere niet recurrente financiële kosten   668 VOL 6.12
       
EBIT      
       
+    Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa   630 VOL 4
       
+    Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen)   631/4 VOL 4
       
+    Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa   660 VOL 4
       
-    Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa   760 VOL 4
       
+    Waardevermindering op vlottende activa   651 VOL 4
       
+    Waardeverminderingen op financiële vaste activa   661 VOL 6.12
       
-    Terugneming van waardevermindering op financiële vaste activa   761 VOL 6.12
       
EBITDA      

Evolutie binnen de internationale financiële rapporteringspraktijk

Binnen de Europese financiële rapporteringspraktijk is het EBIT / EBITDA concept niet eenduidig gedefinieerd. Als gevolg daarvan publiceerde de European Securities and Markets Authority (ESMA) tevens richtsnoeren4 rond het gebruik en presentatie van zogenaamde Alternative Performance Measures (APMs). De Commissie is van oordeel dat de aanbevelingen van ESMA, weliswaar voor genoteerde vennootschappen, tevens als relevante inspiratiebron kunnen dienen voor niet- genoteerde vennootschappen wanneer deze op vrijwillige basis een EBIT of EBITDA toelichten in hun jaarrekening of jaarverslag.

Deze technische nota vervangt Technische nota 2010/1 - Definiëring van EBIT / EBITDA
van 8 september 2010.

 

  • 1. Onderhavige technische nota is tot stand gekomen nadat een ontwerp van de technische nota op 20 april 2017 ter consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. De initiële technische nota dateert van 8 september 2010 (Bull. CBN nr. 57, januari 2011, 3-11). De Commissie achtte het raadzaam deze technische nota te verifiëren en waar nodig aan te passen in het licht van de omzetting van de accountingrichtlijn, ofwel het koninklijk besluit van 18 december 2015 tot omzetting van Richtlijn 2013/34/EU van 26 juni 2013 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad.
  • 3. CBN-advies 2016/24 – Uitzonderlijke resultaten: wijzigingen door het koninklijk besluit van 18 december 2015, advies van 26 oktober 2016.
  • 4. www.esma.europa.eu/press-news/esma-news/esma-publishes-final-guidelines-alternative-performance-measures