COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies  2010/3 -De boekhoudkundige verwerking van stockdividenden

Advies van 25 maart 2010

Aan de Commissie werd de vraag gesteld hoe een stockdividend dient verwerkt te worden in de boekhouding van de vennootschap1.

In dit advies wordt vooreerst het gemeenrechtelijk onderscheid tussen een stockdividend en een bonusaandeel uitgewerkt. In een tweede luik wordt de burgerrechtelijke betekenis van het vorderingsrecht van de aandeelhouder bij een dividenduitkering nader toegelicht en tot slot wordt de boekhoudkundige verwerking uiteengezet.

Dit advies is van toepassing op de zogenaamde “keuzedividenden” en bij uitbreiding op (verplichte) “stockdividenden” die voortkomen uit een beslissing tot winstuitkering.

Stockdividenden versus bonusaandelen

Wat betreft de toekenning van nieuwe aandelen aan de aandeelhouders moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee hypotheses, met name:

  • enerzijds de toekenning van nieuwe aandelen, op basis van een incorporatie van reserves of winst (buiten een dividenduitkering2) in het kapitaal: bonusaandelen; en
  • anderzijds de toekenning van een dividend, aangewend tot een kapitaalverhoging: stockdividend.

Juridisch gezien is de toekenning van een bonusaandeel verschillend van de toekenning van een stockdividend.

Een bonusaandeel wordt niet uitgereikt bij wijze van uitkering van dividenden en doet geen enkel vorderingsrecht ontstaan in hoofde van de aandeelhouder. Het gaat om een loutere herschikking van het eigen vermogen van de vennootschap. Het eigen vermogen  van de vennootschap wordt, met andere woorden, niet beïnvloed3.

Bij de toekenning van een stockdividend is er daarentegen sprake van een reële toekenning van inkomsten. Een dividend is een inkomen voortvloeiend uit een kapitaal geïnvesteerd in een vennootschap. Gelet op het feit dat de dividendgerechtigdheid reeds potentieel bestaat door het enkele feit van aandeelhouder te zijn, en dat het dividend zelf in principe op regelmatige tijdstippen aan de rechthebbende wordt uitgekeerd, gaat het om een burgerlijke vrucht in de zin van artikel 547 B.W.4

Indien de algemene vergadering het voorstel tot uitkering van een dividend goedkeurt, ontstaat immers een schuld in hoofde van de vennootschap en een vorderingsrecht ten voordele van de aandeelhouder5.

Vorderingsrecht in hoofde van de aandeelhouder

Het vorderingsrecht dat de aandeelhouder verkrijgt, is te onderscheiden van de rechten die de aandeelhouder reeds bezat en vormt een vermogensverrijking in zijn hoofde. De schuldvordering betreffende de uitbetaling van dividenden ontstaat in het vermogen van de aandeelhouder op het ogenblik dat de algemene vergadering besluit om het dividend toe te kennen6. Op dat ogenblik wordt het een afdwingbaar individueel recht7

Bij een stockdividend doen de aandeelhouders vervolgens een inbreng van dit vorderingsrecht  in het kapitaal van de emitterende vennootschap tegen de uitgifte van nieuwe aandelen. Het gaat dan om een kapitaalverhoging door inbreng in natura8. Overeenkomstig CBN-advies 121/3 gebeurt deze mutatie met tegenboeking in een balanspost (omzetting van de schuld wegens uit te keren dividenden in het kapitaal) en beïnvloedt zodoende het totaal eigen vermogen van de emitterende vennootschap9.

Boekhoudkundige verwerking

Aangezien met de uitreiking van een stockdividend een nieuw vermogensbestanddeel aan de aandeelhouder wordt toegekend dat in eerste instantie uit het maatschappelijk vermogen van de vennootschap verdwijnt, is er sprake van een opbrengst in hoofde van de aandeelhouder. 

De latere aanwending van het vorderingsrecht door de aandeelhouder (al dan niet inbreng van zijn vorderingsrecht in het kapitaal van de dividenddecreterende vennootschap) is irrelevant voor de boekhoudkundige verwerking van het stockdividend. De waarde van dit vorderingsrecht moet in de resultatenrekening van de aandeelhouder worden geboekt als financiële opbrengst.

a)    Boeking bij aandeelhouders

416 Diverse vorderingen ...  
6700 Verschuldigde of gestorte belastingen en voorheffingen10 ...  
  aan 750   Opbrengsten uit financiële vaste activa   ...
  of 751   Opbrengsten uit vlottende activa   ...

De omzetting van het dividendrecht in nieuwe aandelen ter gelegenheid van de inbreng van deze vordering in het kapitaal van de dividenddecreterende vennootschap, vormt een loutere omzetting van de vermogensverrijking (vorderingsrecht op dividend versus vorderingsrecht op kapitaal)11.

510   Geldbeleggingen (Aandelen aanschaffingswaarde) ...  
of 28 Financiële vaste activa ...  
    aan 416 Diverse vorderingen   ...

b)    Boeking bij dividenddecreterende vennootschap

- Bij resultaatsbestemming

694 Vergoeding van het kapitaal ...  
  aan 471 Dividenden over het boekjaar   ...

- Bij betaalbaarstelling van de dividenden

471 Dividenden over het boekjaar ...  
  aan 453 Ingehouden voorheffingen12   ...

- Bij kapitaalverhoging door inbreng in natura

101 Niet-opgevraagd kapitaal ...  
  aan 100 Geplaatst kapitaal   ...
410 Opgevraagd, niet-gestort kapitaal ...  
  aan 101 Niet-opgevraagd kapitaal   ...
471 Dividenden over boekjaar ...  
  aan 410 Opgevraagd, niet-gestort kapitaal   ...
  • 1. De Commissie is enkel bevoegd om zich uit spreken over het boekhoudrechtelijke aspect en neemt bijgevolg geen standpunt in over de andere dan boekhoudrechtelijke vennootschapsrechtelijke en fiscale implicaties van de toekenning van een stockdividend
  • 2. Bij een bonusaandeel gebeurt dit niet naar aanleiding van een dividenduitkering. Het gaat om loutere incorporatie van reserves of overgedragen winst. Dat voor de incorporatie van de overgedragen winst conform advies 121-3 (Mutaties binnen het eigen vermogen, Bulletin CBN, nr. 34, maart 1995, 3-10) dit over de resultaatverdelingsrekeningen 69 en 79 moet lopen, verandert daar niets aan.
  • 3. Voor de boekhoudkundige verwerking van bonusaandelen, zie advies 129-1 Boeking van bonusaandelen, Bulletin CBN, nr. 7, juni 1980, 14-16.
  • 4. M. WYCKAERT, Kapitaal in NV en BVBA: Vermogens- en kapitaalvorming door inbreng. Rechten en plichten van vennoten, Kalmthout, Biblo, 1995, 470-471.
  • 5. B. FERON en B. MALVAUX, “Le dividende optionnel. Aperçu des conséquences juridiques, comptables et fiscales”, C& FP 1995, 7.
  • 6. Zie o.m. Cass. 3 januari 1957, Pas. 1957, I, 485 en Cass. 19 juni 1962, Pas. 1962, I, 1193.
  • 7. M. WYCKAERT, Kapitaal in NV en BVBA: Vermogens- en kapitaalvorming door inbreng. Rechten en plichten van vennoten, Kalmthout, Biblo, 1995, 469-470.
  • 8. R. TAS, Winstuitkering, kapitaalvermindering en –verlies in NV en BVBA, Kalmthout, Biblo, 2003, 164; K. GEENS en H. LAGA, “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen (1986-1991)”, T.P.R. 1993, nr. 242.
  • 9. Advies 121-3 Mutaties binnen het eigen vermogen, Bulletin CBN, nr. 34, maart 1995, 3-10.
  • 10. In het geval uiteraard roerende voorheffing verschuldigd is.
  • 11. I. BEHAEGHE, noot onder Brussel 24 februari 1995, Fisc. Koer. 1995, 359.
  • 12. Overeenkomstig advies 133/3 ontstaat pas op het moment van de betaalbaarstelling de belastingschuld ten laste van de onderneming (Bulletin CBN, nr. 16, april 1985, 14-15).