COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2011/19 – De boekhoudkundige verwerking van interestopbrengsten en –kosten door erkende kredietmaatschappijen in Vlaanderen

Advies van 5 oktober 2011


Met een “erkende kredietmaatschappij” wordt de hypothecaire kredietmaatschappij voor sociaal woonkrediet bedoeld waaraan een erkenning is verleend door de Vlaamse regering overeenkomstig artikel 78, § 1, eerste lid, 1° van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode1.

De erkenning kan, onder de gestelde voorwaarden2 door de minister voor onbepaalde duur verleend worden aan elke kredietmaatschappij die wil deelnemen aan de opdracht van algemeen belang ter bevordering van het bouwen, kopen, verbouwen of behouden van bescheiden woningen. Het Vlaamse gewest waarborgt, onder de voorwaarden die de Vlaamse regering stelt, de terugbetaling van de hoofdsom en de betaling van de interest en de extra kosten van sociale leningen toegestaan door bij besluit van de Vlaamse regering erkende kredietmaatschappijen3

Onderworpenheid aan de Boekhoudwet

Artikel 15 van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen (hierna: Boekhoudwet) stelt dat een aantal bepalingen4 niet van toepassing zijn op kredietinstellingen die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen. Het lijkt de Commissie dan ook noodzakelijk om na te gaan in hoeverre een erkende kredietmaatschappij onder de noemer “kredietinstelling” valt. De wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen5 definieert een kredietinstelling als volgt: 

“Een Belgische of buitenlandse onderneming: 

  1. waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito's of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening, of 
  2. waarvan de werkzaamheden bestaan in het uitgeven van betaalinstrumenten in de vorm van elektronisch geld.”

Het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito's of van andere terugbetaalbare gelden is geen activiteit die een erkende kredietmaatschappij kan ontwikkelen. Het betreft bijgevolg geen onderneming onderworpen aan het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging6. Derhalve is de Boekhoudwet en haar uitvoeringsbesluiten van toepassing. Voor wat betreft de opmaak van de jaarrekening zijn deze ondernemingen onderworpen aan Boek II van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 ter uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen (hierna: KB W.Venn.).

Classificatie van de interesten

Aan de Commissie werd de vraag gesteld op welke resultatenrekeningen de door deze kredietmaatschappijen ontvangen interesten (van particuliere hypothecaire beleggers) en de door hen betaalde interesten (voor de fundingopnames) dienen geboekt te worden.

Artikel 96 KB W.Venn. betreffende de inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening definieert “omzet” als volgt: “het bedrag van de verkoop van de goederen en de levering van diensten aan derden, in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap ...” 

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen is de mening toegedaan dat het verstrekken van sociale leningen ter bevordering van het bouwen, kopen, verbouwen of behouden van bescheiden woningen de hoofdactiviteit vormt van de erkende kredietmaatschappijen. Zij adviseert hen dan ook om, in navolging van de definitie van het begrip “omzet” in artikel 96 KB W.Venn. enerzijds en met het oog op de onderlinge vergelijkbaarheid van de erkende kredietmaatschappijen anderzijds, de interestopbrengsten en -kosten op te nemen onder de bedrijfsresultaten, voor wat de ontvangen interesten betreft in de rubriek Omzet en voor wat de betaalde interesten aangaat, de rubriek Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen. Om de lezer van de jaarrekening in deze goede informatie te geven, adviseert de Commissie dat een passende verklaring zou gegeven worden van de aldus gebruikte methodiek in de toelichting bij de jaarrekening.

Dit advies vervangt CBN-advies 108/5

 

  • 1. BS 19 augustus 1997.
  • 2. Cf. het Besluit van de Vlaamse regering van 2 april 2004 houdende de voorwaarden waaronder kredietmaatschappijen erkend kunnen worden door de Vlaamse regering en ter bepaling van de kredietinstellingen erkend door de Vlaamse regering, ter uitvoering van artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, BS 24 juni 2004.
  • 3. Artikel 78, § 1 decreet Vlaamse Raad van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
  • 4. Artikel 5 en de artikelen 10, 11 en 12 tot 14, alsook de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 4, zesde lid, en artikel 9, § 2 uit de Boekhoudwet
  • 5. BS 19 april 1993. Om het spaarderspubliek en de goede werking van het kredietsysteem te beschermen, regelt deze wet de vestiging en de werkzaamheden van, alsook het toezicht op, de kredietinstellingen die in België werkzaam zijn.
  • 6. BS 6 oktober 1992.