COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2012/4 - De boekhoudkundige verwerking van de inbeslagname in hoofde van de beslagen schuldenaar

Advies van 11 januari 2012

Inleiding

Luidens de artikelen 7 en 8 van de Hypotheekwet is de schuldenaar gehouden zijn verbintenissen na te komen, onder verband van al zijn goederen, hetzij roerende, hetzij onroerende, zowel tegenwoordige als toekomstige, waarbij de goederen van deze laatste strekken tot gemeenschappelijke waarborg voor zijn schuldeisers.1

Uit deze verplichting vloeit het recht voort voor een schuldeiser om beslag te laten leggen op een goed van zijn schuldenaar, hetzij om het te beschermen tegen bepaalde handelingen van de schuldenaar (bewarend beslag), hetzij om het te verkopen en zich de opbrengst daarvan toe te eigenen (uitvoerend beslag). Naar het object van het beslag onderscheidt men hoofdzakelijk het roerend beslag2, het onroerend beslag3 en het beslag onder derden.4

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen behandelt in dit advies de boekhoudkundige gevolgen van het bewarend en het uitvoerend beslag in hoofde van de beslagen schuldenaar.

Bewarend beslag

 Algemene kenmerken

 Het bewarend beslag wordt geregeld door het artikel 1413 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek en heeft tot doel het geheel of een deel van de goederen van een onderneming onbeschikbaar5 te maken, teneinde deze goederen te vrijwaren van enige ontvreemding ervan door de onderneming.6

Enerzijds brengt het bewarend beslag geen onteigening van de schuldenaar met zich mee.7 Het beslagen voorwerp blijft in het bezit van de onderneming die er het genot van behoudt en die er de vruchten van mag blijven plukken.8

Anderzijds doet het bewarend beslag geen enkel voorrecht ontstaan in hoofde van de beslagleggende schuldeiser op het vermogen van de beslagen onderneming.9 Evenmin maakt het bewarend beslag een voorafgaande voorwaarde uit voor een gedwongen tenuitvoerlegging.10

De schuldenaar lastens wie bewarend beslag is gelegd, heeft het recht om het beslagene te bevrijden of het beslag te verhinderen door over te gaan tot kantonnement van de oorzaak van het beslag.11 Dit kantonnement bevrijdt het beslagene en heft de onbeschikbaarheid van het in beslag genomen goed op, doordat de gekantonneerde bedragen in de plaats worden gesteld van het in beslag genomen goed.12 Werd het beslag gelegd op gelden of roerende goederen die zich in handen van een derde bevinden (beslag onder derden of beslag bij een derde), dan kan door de beslaglegger, de beslagen schuldenaar, of derde-beslagene het kantonnement gevraagd worden van het voorwerp van het beslag (nl. de gelden of de roerende goederen waarop het beslag betrekking heeft).13

 Boekhoudkundige analyse

De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen van de vennootschap.14 

De Boekhoudwet van 17 juli 1975 en het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen leggen op dat in de balans van de onderneming haar bezittingen en rechten van welke aard ook dienen voor te komen. Bovendien worden de rechten en verplichtingen die niet in de balans voorkomen en die het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden in de toelichting vermeld.15  

Omwille van de potentieel gelopen risico’s door de vennootschap en omwille van het voorzichtigheidsbeginsel, beveelt de Commissie aan dat het bewarend beslag, indien het bestuursorgaan van oordeel is dat dit een aanmerkelijke invloed uitoefent op het vermogen van de onderneming, op het moment waarop het beslag wordt uitgeoefend, vermeld wordt in de toelichting van de jaarrekening onder de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen en, in voorkomend geval, in het jaarverslag. De Commissie is van mening dat deze regel onverkort blijft gelden wanneer de debiteur overgaat tot kantonnement van het voorwerp of de oorzaak van het beslag. 

Het bestuursorgaan moet bovendien op inventarisdatum beoordelen of al dan niet een waardevermindering dient geboekt te worden op de beslagen goederen.

Uitvoerend beslag

Algemene kenmerken

Bij een uitvoerend beslag (artikel 1494 e.v. Ger. W.) streeft een schuldeiser die over een uitvoerbare titel beschikt, tegenover een onderneming de effectieve betaling na van zijn vordering door middel van de gedwongen verkoop van de beslagen materiële of immateriële activa uit het vermogen van deze laatste. De schuldeiser beoogt op die manier de waarde van zijn schuldvordering te bekomen. 

Het uitvoerend beslag heeft geen eigendomsoverdracht tot gevolg, en heeft dus in eerste instantie slechts een bewarend karakter.16 De beslagene behoudt, mits enkele beperkingen, het bezit en het gebruiksrecht van de beslagen goederen17. In tegenstelling tot het bewarend beslag, vallen bij uitvoerend beslag de vruchten die de in beslag genomen zaak oplevert eveneens onder het beslag.18

Bovendien geldt, anders dan bij bewarend beslag, het kantonnement van de oorzaak van het beslag als een voorwaardelijke betaling.19  Kantonnement van het voorwerp van het beslag heeft daarentegen enkel een verplaatsing van het beslagene tot gevolg en geldt niet als voorwaardelijke betaling.20

Ingeval de beslagen debiteur na de betekening van het bevel tot betalen niet overgaat tot betaling binnen de wettelijke termijn, voorziet het Gerechtelijk Wetboek twee verschillende procedures voor de gedwongen verkoop van de beslagen goederen, met name de onderhandse verkoop door de beslagen schuldenaar21 en de openbare verkoop door de gerechtsdeurwaarder22 of notaris23. Aangezien in de praktijk de onderhandse verkoop maar uiterst zelden voorkomt, beperkt de Commissie zich tot de analyse van de openbare verkoop.

Wanneer met inachtneming van de procedureregels van de gedwongen openbare verkoop het goed definitief wordt toegewezen24, vindt de eigenlijke verkoop en dus ook de eigendomsoverdracht plaats.25 Het is de taak van de gerechtsdeurwaarder of de notaris om de verkoopprijs van de goederen toe te wijzen na de openbare verkoop ervan, ter terugbetaling van zijn kosten en van deze eigen aan de toewijzing. Vervolgens verdeelt hij het saldo onder de overige schuldeisers die betrokken zijn bij de procedure, met inachtname van een eventuele voorrangsbepaling waarvan bepaalde schuldeisers zouden kunnen genieten.    

 Boekhoudkundige analyse

1. Uitvoerend beslag

Zolang de toewijzing in het kader van de openbare verkoop niet heeft plaatsgevonden, zal er volgens de Commissie op boekhoudkundig vlak geen realisatie van de in beslag genomen goederen plaatsvinden. Het uitvoerend beslag kan evenwel, in de fase voorafgaand aan de verkoop, een aanzienlijke invloed hebben op de vermogenstoestand van de onderneming. 

Het risico van de procedure tot inbeslagname voor de onderneming dient geval per geval beoordeeld te worden in functie van de impact op het vermogen, de financiële positie of de resultaten van de onderneming. Hiertoe zijn het bedrag van de schuld en de waarde van het beslagen goed waardevolle indicatoren. 

Indien de procedure tot gedwongen tenuitvoerlegging een aanzienlijk risico inhoudt voor de financiële positie van de onderneming, dient dit door de onderneming boekhoudkundig verwerkt te worden via de rekening 09 Diverse rechten en verplichtingen  ten belope van het bedrag van de schuldvordering waarvan de tenuitvoerlegging vereist is en dient ze vermeld te worden in de toelichting voorbehouden aan de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen onder de rubriek Andere belangrijke verplichtingen.26 De Commissie raadt bovendien aan om het uitvoerend beslag te vermelden in het jaarverslag volgens de grootte van de impact ervan op de onderneming.

Het komt bovendien toe aan het bestuursorgaan om, indien nodig, een uitzonderlijke afschrijving te boeken zodat de boekwaarde van het goed wordt teruggebracht tot de potentiële realisatiewaarde van het goed bij een openbare verkoop.

Op het moment waarop de verkoop plaatsvindt, is er op boekhoudkundig vlak realisatie, met in voorkomend geval de realisatie van een minderwaarde of meerwaarde, die een uitzonderlijk resultaat vormt voor de onderneming. De kosten van de gedwongen verkoop worden eveneens onder de uitzonderlijke resultaten geboekt27. Na betaling van de schuldeiser en na betaling van de kosten, wordt het eventuele resterende saldo ontvangen op de rekening Kredietinstellingen: rekening-courant van de beslagen schuldenaar.

    2. Kantonnement 

Het kantonnement heeft, zelfs in de gevallen waarin dit wordt beschouwd als een voorwaardelijke betaling, geen onmiddellijke impact op het vermogen van de beslagen onderneming. Indien de onderneming van mening is dat er, ondanks het kantonnement, een aanzienlijk risico blijft bestaan voor de financiële positie van de onderneming, moet zij hiervan melding maken in de toelichting onder de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen. Pas bij vervulling van de voorwaarde (nl. de erkenning van de beslagene als debiteur) zullen de gelden uit het vermogen van de onderneming verdwijnen (ter betaling van de schuld). 

Voorbeeld

Begin 20N0 koopt een onderneming kantoormaterieel aan ter waarde van 8.000 euro. De levensduur van dit materieel wordt geschat op 5 jaar en het bestuursorgaan beslist om een lineaire afschrijving toe te passen van 20 %. In het kader van een uitvoerend beslag maakt het materieel in november 20N2 het voorwerp uit van een gedwongen verkoop voor een bedrag van 4.750 euro (excl. btw). In deze prijs zijn ook de toewijzingskosten, die in casu 1.250 euro bedragen, begrepen. De schuldvordering die terugbetaald dient te worden bedraagt 3.000 euro.

De onderneming maakt melding van deze inbeslagname door een opname in de rekening 09. Bijgevolg zal de volgende boeking plaatsvinden:

090 Diverse rechten en verplichtingen   3.000,00  
  aan 091 Uitvoerend beslag op roerend goed      3.000,00

Bij de realisatie van het goed door de gerechtsdeurwaarder, dient de onderneming over te gaan tot de volgende boekingen.

Op het moment van de verkoop:

416    Diverse vorderingen 5.747,50  
  aan 451 Te betalen btw28   997,50
    700-707
(of 499
 Verkopen en dienstprestaties 
Verkopen materiële vaste activa)
  4.750,00

Bij de bepaling van het resultaat:

700 – 707
(of 499 

Verkopen en dienstprestaties 
Verkopen materiële vaste activa)  

       4.750,00  
2419  Geboekte afschrijvingen op meubilair en rollend materieel  3.200,00  
663 Minderwaarden op de realisatie van vaste activa29     50,00  
  aan 2410  Meubilair en rollend materieel     8.000,00

In resultaatname van de toewijzingskosten:

664 tot 668 Andere uitzonderlijke kosten  1.250,00  
  aan 489 Diverse schulden: toewijzingskosten    1.250,00 

Bij de toewijzing van de verkoopprijs door de gerechtsdeurwaarder:

550  Kredietinstellingen: rekening-courant    1.497,50  
440   Leveranciers    3.000,00  
489  Diverse schulden: toewijzingskosten         1.250,00  
  aan 416 Diverse vorderingen      5.747,50

Eenmaal de schuldeiser is terugbetaald en het beslag werd gerealiseerd, dient de volgende boeking te gebeuren:

091  Uitvoerend beslag op roerend goed    3.000,00  
  aan 090 Diverse rechten en verplichtingen           

3.000,00

 

  • 1. Artikel 7 en 8 van de Hypotheekwet.
  • 2. Artikel 1422 t.e.m. 1428 Ger.W. en artikel 1499 t.e.m. 1528 Ger.W.
  • 3. Artikel 1429 t.e.m. 1444 Ger.W. en artikel 1560 t.e.m. 1626 Ger.W.
  • 4. Artikel 1445 t.e.m. 1460 Ger.W. en artikel 1539 t.e.m. 1544 Ger.W.
  • 5. De beschikkingsonbevoegdheid van de debiteur houdt in dat hij het goed dat het voorwerp uitmaakt van een bewarend beslag niet meer kan verkopen, in pand geven, of er een hypotheek op vestigen; E. DIRIX, Beslagrecht. Kort begrip van het beslag- en executierecht, Acco, Leuven, 2010, p. 57.
  • 6. M. GREGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant, 1992, p. 378-381 ; DE LEVAL, Traité des saisies, Fac. Droit Liège, 1988, p. 10.
  • 7. Artikel 1443 Ger. W.; M. GREGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant, 1992, p. 381.
  • 8. E. DIRIX, Beslagrecht. Kort begrip van het beslag- en executierecht, Acco, Leuven, 2010, p. 57; GREGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge , p.381.
  • 9. E. DIRIX, Beslagrecht. Kort begrip van het beslag- en executierecht, Acco, Leuven, 2010, p. 58; E. DIRIX & K. BROECKX, Beslag, Mechelen, Wolters Kluwer 2010, p. 305.
  • 10. Zie in deze zin : DE LEVAL, Traité des saisies, Fac. Droit Liège, 1988, p. 10-11.
  • 11. E. DIRIX,Beslagrecht. Kort begrip van het beslag- en executierecht, Acco, Leuven, 2010, p. 66.
  • 12. E. DIRIX, Beslagrecht. Kort begrip van het beslag- en executierecht, Acco, Leuven, 2010, p. 66.
  • 13. Artikel 1407 GerW.
  • 14. Artikel 24 KB W.Venn.
  • 15. Artikel 9 wet van 17 juli 1975 en artikel 25, §1 KB W.Venn.
  • 16. DE LEVAL, Traité des saisies, Fac. Droit Liège, 1988, p. 11.
  • 17. M. GREGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant, 1992, p. 381; Treft het beslag aandelen, dan kunnen de daaraan verbonden rechten (bijv. stemrecht) verder worden uitgeoefend. Het stemrecht blijft bij de beslagene zolang niet tot uitwinning is overgegaan. Werd geen beslag onder de vennootschap (beslag onder derden) gelegd, dan zal de aandeelhouder ook verder de dividenden kunnen innen (E. DIRIX & K. BROECKX, Beslag, Mechelen, Wolters Kluwer 2010).
  • 18. Aldus worden bij uitvoerend beslag op onroerend goed de huur- en pachtgelden voor onroerend gehouden om gezamenlijk met de opbrengsten ervan te worden verdeeld ; E. DIRIX & K. BROECKX, Beslag, Mechelen, Wolters Kluwer 2010, p. 29
  • 19. Artikel 1404, lid 2 Ger.W. ; E. DIRIX, Beslagrecht. Kort begrip van het beslag- en executierecht, Acco, Leuven, 2010, p. 79; de vervulling van de voorwaarde, nl. de uiteindelijke erkenning van de beslagene als debiteur, werkt retroactief: de geldsom wordt geacht aan de schuldeiser van de aanvang af toe te komen. Dit betekent dat hij geen samenloop hoeft te vrezen met andere schuldeisers van zijn debiteur op de gekantonneerde bedragen.
  • 20. E. DIRIX, Beslagrecht. Kort begrip van het beslag- en executierecht, Acco, Leuven, 2010, p. 79.
  • 21. Artikel 1526bis en artikel 1580bis Ger. W.
  • 22. Bij uitvoerend beslag op roerende goederen; artikel 1522 e.v. Ger.W.
  • 23. Bij uitvoerend beslag op onroerende goederen. Artikel 1580 e.v. Ger.W.
  • 24. Voor roerende goederen wordt de toewijzing gedaan aan de meestbiedende, tegen contante betaling (artikel 1526 Ger.W.), voor onroerende goederen vindt de toewijzing plaats op de wijze bepaald door het plaatselijk gebruik, onder opschortende voorwaarde van afwezigheid van hoger bod (artikel 1587, 1592 en 1599 Ger.W.).
  • 25. Ingeval van beslag onder derden, dat veelal betrekking heeft op een schuldvordering of een bankrekening, is de derde-beslagene gehouden afgifte te doen van het bedrag van het beslag in handen van de gerechtsdeurwaarder, zie artikel 1543 Ger.W.
  • 26. Zie CBN-advies 3/2 “Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen”, Bulletin CBN, nr. 21, januari 1988, 14-17.
  • 27. CBN-advies 135/1 “Kosten die worden gemaakt bij de vervreemding van activa”, Bulletin CBN, nr. 10, april 1983, 19.
  • 28. Overeenkomstig artikel 26 van het Btw-wetboek, zijn de toewijzingskosten inbegrepen in de maatstaf van heffing.
  • 29. Ingeval de realisatie van het goed een meerwaarde doet ontstaan, dient de boeking te gebeuren via rekening 763 Meerwaarden op de realisatie van vaste activa.