Boekhoudkundige verwerking van broeikasgasemissierechten

CBN-advies 179/1 van 26 november 2008
(Update november 2008) 

Inleiding

Met het Kyotoprotocol dat op 16 februari 2005 in werking is getreden en sindsdien een dwingend karakter heeft gekregen, heeft de Europese Unie zich ertoe verbonden de broeikasgassen tussen 2008 en 2012 met 8% te verminderen, ten opzichte van de uitstoot in 1990. 

Daartoe beschikt Europa over de Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad  van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten1  binnen de Gemeenschap en tot wijziging van de Richtlijn 96/61/EG van de Raad, die op de datum van haar bekendmaking in het Publicatieblad2, in werking is getreden. 

De richtlijn organiseert een markt voor broeikasgasemissierechten, zodanig dat ondernemingen die de nationaal vastgestelde grenzen overschrijden, bij ondernemingen met een lagere uitstoot dan de hun toegewezen quota, emissierechten kunnen kopen.

In België werd de richtlijn omgezet met o.a. de volgende regionale wetgeving:

  • Decreet van 2 april 2004 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare  engergiebronnen en de toepassing van flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto en het Uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 inzake verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen3.
  • Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 31 januari 2008 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasemissierechten en met betrekking tot de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto4.     
  • Decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een  “Fonds wallon Kyoto”                      (Waals Kyotofonds) en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van  Kyoto5, gewijzigd door het Decreet van 22 juni 20066.
  • Deze teksten handelen over het verlenen van vergunningen voor de uitstoot van broeikasgassen, het opstellen van toewijzingsplannen voor emissierechten, over de aspecten verbonden aan het beheer van emissierechten (overdrachten, inlevering, annulering…), de vereisten qua emissiebewaking en rapportage, de sanctieregeling…

De federale staat heeft van zijn kant de opdracht een nationaal register bij te houden voor de noodzakelijke follow-up van de handel in emissierechten na hun toewijzing. Aan de hand van dit register zal ook de handel in het kader van het Kyotoprotocol in kaart kunnen worden gebracht. De Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari betreffende een bewakingssysteem voor de uitstoot van broeikasgassen in de Gemeenschap en de uitvoering van het Protocol van Kyoto7 slaat op dit register8

Dit advies heeft tot doel de betrokken ondernemingen, binnen de in punt III aangegeven beperkingen, een boekhoudkundige verwerking voor te stellen die strookt met het Belgische jaarrekeningrecht en bruikbaar is in alle etappes van het door de voornoemde bepalingen ingestelde systeem. 

De Commissie dankt de werkgroep gevormd door mevrouw I. Richelle en de heren J. Baeten, 

J. De Lame, V. Sepulchre, D. Stragier, M. Tas, J. Heylen, T. Charon, P. Longerstaey en 
F. Méan,  voor zijn waardevolle inbreng bij het tot stand komen van dit advies, alsook de heer 
Y. Stempnierwsky die instond voor de coördinatie.

Beknopte praktische beschrijving van het emissierechtensysteem

De regeling van het Kyotoprotocol geldt vanaf het jaar 2008, voor een eerste periode van vijf jaar, dus van 2008 tot 2012.  De Richtlijn 2003/87/EG bepaalde dat het emissierechtensysteem reeds voor de periode van 2005 tot 2007 van toepassing was.

Op dit ogenblik geldt de richtlijn enkel voor kooldioxide (CO₂). In een voorstel tot herziening van de Richtlijn 2003/87/EG wordt een uitbreiding voorgesteld naar andere gassen zoals N₂0-emissies9. Bovendien vallen enkel grote ondernemingen in welbepaalde sectoren die als zwaar vervuilend worden beschouwd, onder het emissierechtensysteem: energiebedrijven, staalnijverheid, cementbedrijven, glasproductie, papier en karton.  In een voorstel tot herziening van de Richtlijn 2003/87/EG worden nieuwe mogelijkheden voorgesteld voor de geologische opslag van CO₂10, evenals een uitbreiding naar CO₂-emissie van petrochemische producten, van ammoniak en van aluminium.

België kreeg een aantal emissierechten toegewezen die werden verdeeld over de drie gewesten, die ze op hun beurt verdelen onder de betrokken ondernemingen op hun grondgebied11.  Die toewijzing moet drie maanden vóór het begin van de referentieperiode zijn vastgesteld. 

Over de periode 2005-2007 werd uiterlijk op 28 februari van elk jaar (N), telkens één derde van het totale aantal emissierechten vrijgegeven.

Vanaf 1 januari 2008 wordt jaarlijks, uiterlijk op 28 februari van elk jaar (N), afhankelijk van het gewest, een percentage van de toegewezen hoeveelheid emissierechten vrijgegeven.

Een lidstaat kan de emissierechten kosteloos of tegen betaling toewijzen. Tijdens de eerste driejarige periode, die liep van 1 januari 2005 tot 31 december 2007, werden ten minste 95% van de emissierechten kosteloos toegewezen. Tijdens de vijfjarige periode, die begint op 1 januari 2008, wijzen de lidstaten ten minste 90% van de emissierechten kosteloos toe.

Het vrijgeven van de rechten geschiedt door inschrijving op een rekening die automatisch voor de exploitanten – natuurlijke of rechtspersonen – van installaties die in het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, wordt geopend in het nationaal register; via deze rekening kunnen rechten worden verkregen en verkocht. Ook iedere andere natuurlijke of rechtspersoon kan zo’n rekening openen.

Op 30 april van elk daarop volgend jaar (N+1) moet de exploitant van een installatie ten belope van de reële uitstoot van zijn installatie tijdens het afgelopen kalenderjaar, een evenredig aantal rechten inleveren. Die rechten worden vervolgens geannuleerd.  

Een exploitant die over onvoldoende emissierechten beschikt:
 

  • kan de overschrijding opnemen van de volgende, op 28 februari toegewezen     emissierechten ( enkel bij overschrijding in de eerste twee jaar) of 
  • kan rechtstreeks rechten kopen bij hetzij een andere exploitant met een overschot aan     emissierechten, hetzij bij een onderneming die gespecialiseerd is in de     emissierechtenhandel, hetzij op de Belgische of Europese markt voor emissierechten, of 
  • moet een boete betalen van 100 euro per ton overmatig kooldioxide-equivalent, wat de     exploitant evenwel niet ontslaat van de verplichting om bij de inlevering van de rechten     in verband met het daaropvolgende kalenderjaar (N+2), een hoeveelheid     emissierechten     in te leveren die gelijk is aan de overmatige uitstoot. 

In België werd niet in de mogelijkheid voorzien om een emissierechtenoverschot over te dragen naar de daarop volgende periode. 

Emissierechten zijn normaal overdraagbaar. In bepaalde omstandigheden verliezen zij niettemin die hoedanigheid. 

Beperkingen van dit advies

Dit advies wordt uitgebracht tussen het tijdstip waarop het nieuwe Europese systeem in werking treedt maar in België nog niet volledig operationeel is, en het ogenblik waarop het Kyotoprotocol van toepassing zal zijn. De Commissie is er zich dan ook van bewust dat dit advies niet alle aspecten van de problematiek inzake broeikasgasemissierechten kan behandelen.

Nu reeds bieden bepaalde operatoren producten aan die het beheer van emissierechten voor exploitanten gemakkelijker moeten maken in geval van een tekort of overschot aan emissierechten. Op de markt duiken ook nog andere producten op, bestemd voor investeerders; elke natuurlijke of rechtspersoon heeft immers toegang tot de emissierechtenmarkt. 

Dit advies beperkt zich tot de boekhoudkundige verwerking van emissierechten toegewezen aan of verkregen door industriële ondernemingen om reden van hun industrieel bedrijf en behandelt niet de verhandeling van emissierechten door industriële of andere ondernemingen. Aan dit aspect van het emissierechtensysteem zal mogelijk een apart advies worden gewijd

Dit advies heeft derhalve niet de ambitie om op definitieve en exhaustieve wijze een boekhoudkundige verwerking vast te stellen voor alle verrichtingen waarbij broeikasgasemissierechten kunnen zijn betrokken

Overigens zij erop gewezen12 dat deze materie op dit ogenblik boekhoudrechtelijk nog niet definitief is geharmoniseerd, noch door een richtlijn, noch door een Europese verordening of aanbeveling, noch door een IAS/IFRS norm of een SIC/IFRIC interpretatie.

Het is dan ook volkomen logisch dat dit advies zal moeten worden herzien in functie van de mogelijke latere ontwikkelingen van deze materie, onder meer op boekhoudkundig vlak. 

Mogelijke boekhoudkundige verwerkingswijzen

Naar het oordeel van de Commissie blijken er, na onderzoek van de boekhouddoctrine terzake, voor industriële ondernemingen in theorie drie speciefieke verwerkingswijzen te bestaan om het vergunningssysteem voor broeikasgasemissierechten boekhoudkundig te registreren

Hieronder worden die drie boekingswijzen beschreven.

IFRIC Interpretation 3 Emission Rights

De IASB heeft op 2 december 2004 de Interpretation 3 Emission Rights uitgevaardigd, waarin emissierechten als volgt worden verwerkt:
 

  • Emissierechten die op de markt zijn gekocht of van de overheid zijn verkregen tegen een lagere waarde dan hun reële waarde13 (bij voorbeeld, kosteloos), worden overeenkomstig de norm IAS 38 aan actiefzijde bij de immateriële vaste activa geboekt.  
  • Werden zij op de markt gekocht, dan worden zij gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde bij hun oorspronkelijke boeking. Werden zij verkregen tegen een lagere waarde dan hun reële waarde (bij voorbeeld, kosteloos), dan worden zij gewaardeerd tegen hun reële waarde. 
  • Een overheidssubsidie wordt geboekt overeenkomstig de norm IAS 20, ten belope van het verschil tussen het ten opzichte van de reële waarde lagere bedrag, waartegen de emissierechten werden verkregen (bij voorbeeld, kosteloos), en hun reële waarde. De overheidssubsidie wordt op de balans geboekt als een uitgestelde opbrengst en vervolgens op systematische basis in resultaat genomen over de periode waarin de uitstoot heeft plaats gehad waarop de emissierechten betrekking hebben.
  • Naarmate er broeikasgassen worden uitgestoten, wordt een voorziening gevormd (IAS 37) die overeenstemt met het aantal in te leveren emissierechten naar verhouding van de effectieve uitstoot. Die dient te worden gewaardeerd op basis van de best mogelijke inschatting van de uitgaven noodzakelijk om de verplichting af te wikkelen zoals die bestond op balansdatum (afsluiting van het boekjaar). Meestal is dat de marktwaarde van het aantal emissierechten dat overeenstemt met de effectieve uitstoot op balansdatum
  • Volgens de IFRIC (BC 19 tot BC 21) mogen emissierechten niet worden afgeschreven, maar moet hierop een impairment test worden toegepast, zoals voorgeschreven door de norm IAS 36, wat zal leiden tot de boeking van waardeverliezen indien de boekwaarde van de emissierechten groter is dan hun inleverwaarde.  
  • Ingeval er een actieve markt komt in de zin van de norm IAS 38, zouden ondernemingen de voorkeur kunnen geven aan het herwaarderingsmodel dat, in tegenstelling tot het kostenmodel, tot gevolg heeft dat het positieve verschil tussen de boekwaarde en de reële waarde van de emissierechten waarover die ondernemingen beschikken, rechtstreeks bij het eigen vermogen wordt geboekt. 
  • Volgens de IFRIC (BC 33) beantwoordt de boete die eventueel verschuldigd is op grond van het omgezette Europese systeem, aan de voorwaarden van een voorziening in de zin van de norm IAS 37 en moet zij ten opzichte van de verplichting tot inlevering van emissierechten, afzonderlijk worden verwerkt.  
  • De gegevens die in de toelichting bij de jaarrekening moeten worden opgenomen, dienen met toepassing van de normen IAS 1, 20, 37 en 38 (IFRIC BC 35) te worden vastgesteld.  

Bij de Interpretation 3 Emission Rights worden ook voorbeelden gegeven.
In verband met de Interpretation 3 Emission Rights werden een aantal kritieken geformuleerd.

In zijn advies van 6 mei 2005 aan de Europese Commissie om de Interpretation 3 Emission Rights niet goed te keuren, stipte de EFRAG onder meer aan dat een gelijktijdige toepassing van verschillende normen en derhalve de invoering van verschillende waarderings- en voorstellingsregels voor diverse bestanddelen, een mismatch tot gevolg heeft, zowel op het vlak van de waardering, aangezien bepaalde bestanddelen tegen kostprijs en andere tegen hun reële waarde zullen worden gewaardeerd, als op het vlak van de voorstelling, omdat bepaalde winsten en verliezen in de resultatenrekening zullen worden opgenomen, terwijl andere bestanddelen in het eigen vermogen worden opgenomen.

Na onderzoek van de kritiek op de Interpretation en ondanks de vaststelling, enerzijds, dat de IFRIC passend heeft aangegeven hoe de bestaande normen op emissierechten dienen te worden toegepast en, anderzijds, dat het bijgevolg een passende interpretatie van de bestaande normen is, heeft de IASB niettemin op 25 juni 2005 beslist om de Interpretation 3 Emission Rights in te trekken. De IASB was met name van oordeel dat, in de huidige stand van het Europese emissierechtensysteem, een interpretatie ter zake niet dringend noodzakelijk leek en de problematiek nog verder kon worden onderzocht, eventueel zelfs in het ruimere perspectief van een wijziging van een of meer normen. 

Met betrekking tot de verwerking van emissierechten in de geconsolideerde jaarrekening van genoteerde vennootschappen heeft de intrekking van de Interpretation tot gevolg dat de raad van bestuur van de betrokken vennootschappen zal moeten uitmaken welke de passende verwerkingswijze is, op basis van de hiërarchie vastgelegd in de norm IAS 8, Accounting Policies, Changes in Accounting Estimates and Errors, zoals goedgekeurd door de verordening van de Commissie (EG) nr 2238/2004 van 29 december 2004.

Brutomethode 

Volgens deze op het Belgische jaarrekeningrecht gebaseerde methode: 

  • worden de toegewezen of verkregen emissierechten geboekt als immateriële vaste activa.

Weliswaar blijkt de juridische kwalificatie van broeikasgasemissierechten14 nog steeds betwist:
Voor de enen gaat het om een eigendomsrecht op een plaats in het luchtruim waar een ton broeikasgas wordt uitgestoten15, voor anderen om de wijze waarop een schuld    wordt betaald die door het systeem in het leven is geroepen en die enkel kan worden voldaan met behulp van emissierechten, die dus een soort van betaalmiddel vormen waarvan het bevrijdend karakter enkel geldt voor een welbepaalde schuld, zij het met een vaste speculatieve waarde16, onlichamelijke roerende zakelijke rechten17 of ook nog, sui generis rechten en roerende rechten van immateriële aard18.

Bij gebrek evenwel aan een andere balanspost die beter geschikt is om de specifieke aard en de functie van emissierechten weer te geven en omdat met name de  omschrijving die  artikel 95 van het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering an het Wetboek van Vennootschappen geeft aan de inhoud van de post  Immateriële  vaste activa, er lijkt op te wijzen dat daarin ook emissierechten mogen worden opgenomen, is de Commissie van oordeel dat, in de huidige stand van het Belgisch jaarrekeningrecht, toegewezen of verkregen emissierechten in een afzonderlijke rekening onder de immateriële vaste activa horen te worden geboekt (2140). 

  • worden de emissierechten, wanneer zij op de markt zijn verkregen, gewaardeerd tegen hun aanschaffingswaarde. Werden zij verkregen tegen een lagere waarde dan hun reële waarde (bij voorbeeld kosteloos), dan moeten zij worden gewaardeerd tegen hun reële waarde, waarbij het verschil tussen de aanschaffingsprijs en de reële prijs wordt geboekt bij de Overige opbrengsten. De inresultaatneming van deze opbrengst wordt zonodig op balansdatum uitgesteld via de overlopende rekeningen, om zo overeenstemming te verkrijgen met de effectieve uitstoot.
  • vormt de onderneming ten slotte, bij de afsluiting van het boekjaar, een voorziening als uitdrukking van de verplichting ontstaan ingevolge de effectieve uitstoot van    broeikasgassen tijdens dat boekjaar, om bij de gewesten een welbepaald aantal emissierechten in te leveren. Het bedrag van die voorziening stemt overeen met het    aantal in te leveren emissierechten, gewaardeerd tegen de beginwaarde van de toegewezen rechten of, in voorkomend geval, voor het gedeelte dat de gehouden rechten overschrijdt, tegen de reële waarde aan het einde van de periode. Die voorziening wordt geboekt als tegenwaarde van een kost die overeenstemt met de effectieve uitstoot vastgesteld op die datum.
  • wordt in de toelichting bij de jaarrekening, om de lezers te informeren over de aan de onderneming toegewezen emissierechten, een passende vermelding opgenomen met uitleg over de boekhoudkundige verwerking daarvan19.
  • wordt de eventuele boete geboekt als een kost van het boekjaar waarin de rechten hadden moeten worden ingeleverd. De oorsprong van deze boete ligt immers bij het    niet-inleveren van de rechten en de boete  zal pas vaststaan en verschuldigd zijn op het ogenblik waarop de inleveringstermijn verstrijkt, met andere woorden, op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarin de emissierechten worden gebruikt. Ingeval de raad van bestuur echter op balansdatum zou vaststellen dat de onderneming niet in staat zal zijn tot inlevering van de emissierechten die met de effectieve uitstoot overeenstemmen en zij in elk geval een boete zal moeten betalen, dan dient een schuld ten belope van het bedrag van die boete te worden geboekt. 

De voorstanders van deze methode zijn onder andere van oordeel dat die het voordeel biedt van een volkomen transparante boekhoudkundige formalisering van de verschillende etappes van het toewijzingssysteem voor emissierechten, op een manier die bovendien nauw aansluit bij de redenering die de IASB volgt in de norm IFRIC 3. 

Deze methode blijkt overigens bijzonder geschikt voor ondernemingen met een industrieel bedrijf waarvoor het emissierechtensysteem geldt en die bovendien voornemens zijn om zich tot de emissierechtenmarkt te wenden. 

Nettomethode 

De voorstanders van deze methode – eveneens gebaseerd op het Belgisch jaarrekeningrecht – zijn van oordeel het emissierechtensysteem niet leidt tot een vergroting of verkleining van het vermogen van de ondernemingen, omdat de toegewezen of verkregen emissierechten enkel dienen om de ondernemingen in staat te stellen hun bedrijf voort te zetten.

Op grond daarvan wordt ervan uitgegaan dat de toegewezen emissierechten meestal overeenstemmen met de in te leveren rechten en dat het beroep op de markt voor de aan- of verkoop van emissierechten, marginaal zal zijn.

Bijgevolg worden volgens dit model enkel die aan- en verkopen van emissierechten geboekt (als kost of opbrengst in de resultatenrekening), alsook de voorziening die overeenstemt met het verschil tussen de voor het boekjaar toegewezen emissierechten en de rechten die nodig zijn in verhouding tot de effectieve uitstoot en moeten worden ingeleverd. Deze voorziening wordt gewaardeerd tegen de reële waarde van de emissierechten op balansdatum, voor zover die reële waarde op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. Zoniet moet in de toelichting bij de jaarrekening een passende vermelding worden opgenomen.  

Bovendien wordt in de toelichting bij de jaarrekening, om de lezers te informeren over de aan de onderneming toegewezen emissierechten, een passende vermelding opgenomen met uitleg over de boekhoudkundige verwerking daarvan20.

De eventuele boete wordt geboekt als een kost van het boekjaar waarin de rechten hadden moeten worden ingeleverd. De oorsprong van deze boete ligt immers bij het niet-inleveren van de rechten en zij zal pas vaststaan en verschuldigd zijn op het ogenblik waarop de inleveringstermijn verstrijkt, met andere woorden, op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarin de emissierechten werden gebruikt. 

Ingeval de raad van bestuur echter op balansdatum zou vaststellen dat de onderneming niet in staat zal zijn tot inlevering van de emissierechten die met de effectieve uitstoot overeenstemmen en zij in elk geval een boete zal moeten betalen, dan dient een schuld ten belope van het bedrag van die boete te worden geboekt. 

Conclusies

Gelet op wat voorafgaat en in afwachting van nieuwe ontwikkelingen op internationaal en Europees niveau in verband met de boekhoudkundige verwerking van broeikasgasemissierechten, formuleert de Commissie als aanbeveling aan industriële ondernemingen om voor de boekhoudkundige verwerking van broeikasgasemissierechten ofwel de brutomethode, ofwel de nettomethode toe te passen, zoals hierboven beschreven.  

Overeenkomstig artikel 28, § 1 van het Koninklijk Besluit van 30 juni 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen, dient de door de raad van bestuur vastgestelde en in het inventarisboek opgetekende methode in de toelichting te worden samengevat op een manier die voldoende duidelijk is om een beoordeling van de gekozen methode mogelijk te maken. 

Referenties

Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van de Richtlijn 96/61/EG van de Raad21

International Financial Reporting Interpretations Committee, IFRIC Interpretation 3, Emission Rights. 

IASB, Information for observers, IFRIC Meeting 31 March-1 April 2005, Project: Emission Rights 

IASB, Update, June 2005. 

IASB, IFRIC Update, February and April 2005. 

FEE Alert Emissions Trading, January 2005. 

Brief van 6 mei 2005 van de EFRAG (S. Enevoldsen) aan de Europese Commissie (A. Schaub) in verband met de goedkeuring van de IFRIC 3 Emission Rights 

Conseil National de la Comptabilité, avis n° 2004-C du 23 mars 2004 du Comité d’urgence relatif à la comptabilisation des quotas d’émission de gaz à effet de serre dans les comptes individuels et consolidés 

P. Delaisse, V. Sépulchre et R. Winzen, Kyoto, Climat et commerce de CO2 : fondements juridiques, économiques et stratégiques, Brussel, Kluwer, 2004

Ouvrage collectif, L’échange de droits de pollution comme instrument de gestion du climat, F. Maes (ed.), Brugge, Die Keure – La Charte, 2004. 

W. Geldhof & D. Hommez, "Handel in schone en vuile lucht : groenestroomcertificaten en verhandelbare emissierechten vanuit kikvorsperspectief, TBH, 2004/8, oktober 2004, p. 823.

  • 1. Overeenkomstig artikel 3 van de Richtlijn 2003/87/EG wordt onder “emissierecht” verstaan, het recht om gedurende een bepaalde periode één ton kooldioxide-equivalent uit te stoten. Eén ton kooldioxide-equivalent is een metrische ton kooldioxide of een hoeveelheid van een van de andere in bijlage II genoemde broeikasgassen met een gelijkwaardig aardopwarmingsvermogen.
  • 2. P.B., L 275 van 25 oktober 2003, p. 32.
  • 3. B.S. 27 december 2007.
  • 4. B.S. 12 februari 2008.
  • 5. B.S. 2 december 2004, p. 80700.
  • 6. B.S. 12 juli 2006.
  • 7. PB.L. 49, 19 februari 2004.
  • 8. Zie ook de artikelen 238 en 239 van de Programmawet van 27 december 2004.
  • 9. COM (2008)16 - 2008/0013 (COD).
  • 10. COM (2008)16 – 2008/0013 (COD).
  • 11. Wet van 11 april 2003 houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord tussen de federale staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opstellen, het uitvoeren en het opvolgen van een Nationaal Klimaatplan, alsook het rapporteren, in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel op 14 november 2002, B.S. 15 juli 2003.
  • 12. Cf. infra.
  • 13. De reële waarde van een actief is het bedrag waarvoor dit actief kan worden verhandeld tussen terzake goed geïnformeerde, onafhankelijke partijen, die uit vrije wil en onder normale concurrentievoorwaarden handelen.
  • 14. De definitie van emissierecht uit de richtlijn staat in voetnoot (1) op pagina 1
  • 15. M. Pâques, La nature juridique du quota d'émissions de gaz à effet de serre, in ouvrage collectif, L'échange des droits de pollution comme instrument de gestion du climat, Bruges, La Charte, 2004, p. 43
  • 16. PriceWaterhouseCoopers, Etude Option de Comptabilisation des droits d'émission de gaz à effet de serre, Normes françaises et IAS, februari 2002, p. 4 et pp. 19-20.
  • 17. W. Geldhof & D. Hommez, Handel in schone en vuile lucht: groenestroomcertificaten en verhandelbare emissierechten vanuit kikvorsperspectief, TBH, 2004/8, oktober 2004, p. 831.
  • 18. P. Delaisse, V. Sepulchre & R. Winzsor, Kyoto, Climat et commerce de CO2 : fondements juridiques, économiques et stratégiques , Bruxelles, Kluwer, 2004, p. 153.
  • 19. Cf. art. 28, § 1 van het Koninklijk Besluit van 30 juni 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen.
  • 20. Cf. art. 28, § 1 van het Koninklijk Besluit van 30 juni 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen.
  • 21. P.L. 275 van 25 oktober 2003, p. 32.