COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

CBN-advies 2016/22 - Bewaring van boeken en verantwoordingsstukken
bij een geïnformatiseerde boekhouding

Advies van 28 september 20161

Context

Aan de Commissie werd gevraagd om de praktische uitwerking te verduidelijken van de wettelijke en reglementaire bepalingen omtrent het houden en bewaren van boeken en verantwoordingsstukken ingeval van een geïnformatiseerde boekhouding.

In onderhavig advies wordt nader bepaald in hoeverre de bewaring van een afschrift in het bestandsformaat “pdf” van boeken en verantwoordingsstukken volstaat om te voldoen aan de wettelijke en reglementaire boekhoudvoorschriften.

In dit advies wordt eveneens de precieze draagwijdte toegelicht van de verplichting tot bewaring van programma’s en systemen waarmee bestanden van een elektronische boekhouding kunnen worden gelezen.

De Commissie wenst te benadrukken dat in onderhavig advies uitsluitend de boekhoudrechtelijke aspecten van de onderzochte problematiek worden behandeld en niet de specifieke verplichtingen van bepaalde sectoren, noch verplichtingen die voortvloeien uit fiscale wetgeving (de punten die specifiek worden aangehaald, dienen uitsluitend als voorbeeld).

Kader van de problematiek

De praktische gevallen die aanleiding geven tot dergelijke problematiek zijn onder andere:

  • de verandering van verlener van boekhoudprestaties, die vaak een verandering van het boekhoudprogramma met zich meebrengt;
  • de verandering van boekhoudsoftware door de onderneming, zonder dat de voorgaande toepassing volledig actief blijft gedurende de volledige wettelijke bewaringstermijn;
  • de verandering van het besturingssysteem (“O.S.”) dat wordt gebruikt door de onderneming of een externe dienstverlener, in zoverre deze verandering een min of meer belangrijke invloed zou kunnen hebben op het gebruik van het boekhoudprogramma van de onderneming en de boekhoudkundige gegevens die door dit programma worden gegenereerd.

Analyse

Wettelijk en reglementair kader

De wettelijke en reglementaire bepalingen van het Belgisch boekhoudrecht met betrekking tot het houden en bewaren van de boeken en verantwoordingsstukken, die ook van toepassing zijn op de geïnformatiseerde boekhouding, vloeien voort uit verschillende teksten:

  • het Wetboek van economisch recht (hierna: WER), dat in Boek III, Titel 3. Algemene verplichtingen van de ondernemingen, Hoofdstuk II. Boekhouding van ondernemingen verschillende bepalingen bevat die de regelmatigheid van de boekingen moeten verzekeren;
  • het KB van 12 september 19832 (tot uitvoering van de Boekhoudwet van 17 juli 1975, die werd opgeheven en is opgenomen in het WER), dat werd gewijzigd door het KB van 25 januari 20053 en waarin de uitvoeringsmodaliteiten zijn opgenomen.

In het WER wordt bepaald dat alle verrichtingen zonder uitstel, getrouw, volledig en naar tijdsorde worden ingeschreven, ongeacht of het om een dubbele of een enkelvoudige boekhouding gaat.

Bij een dubbele boekhouding wordt een ongesplitst dagboek of een hulpdagboek, al dan niet gesplitst in bijzondere hulpdagboeken, gebruikt.

Voor alle verrichtingen die tijdens de periode worden ingeschreven in het ongesplitst hulpdagboek of in de bijzondere hulpdagboeken wordt ten minste maandelijks een samenvattende boeking verricht in een centraal boek. Indien het ongesplitst hulpdagboek of de bijzondere hulpdagboeken voldoen aan de voorwaarden van artikel 5, § 24 van het KB van 12 september 19835 dienen deze verrichtingen echter niet te worden overgeschreven (als een samenvattende boeking) in een centraal boek en moet dus geen centraal boek bijgehouden worden.6

De bewaringstermijn van de boeken zoals bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel wordt beperkt tot zeven jaar.7

In het WER wordt bepaald dat de boeken op zodanige wijze moeten worden gehouden dat de materiële continuïteit ervan, evenals de regelmatigheid en de onveranderlijkheid van de boekingen zijn verzekerd en dat de boeken moeten worden bewaard gedurende zeven jaar evenals dat de bewijsstukken, in origineel of in afschrift, methodisch worden opgeborgen.8

Deze termijn wordt beperkt tot drie jaar voor de verantwoordingsstukken die niet strekken tot bewijs jegens derden.9

De bijzondere regels voor het houden en bewaren van de dagboeken worden bepaald door het KB van 12 september 1983,10 dat door het KB van 25 januari 2005 specifiek werd gewijzigd met het oog op het voeren van een geïnformatiseerde boekhouding. In artikel 5, § 2 van dit KB wordt hiertoe het volgende bepaald:

“Indien de boeken en dagboeken vermeld in § 1 worden gehouden door middel van geïnformatiseerde systemen, worden deze systemen op een zodanige wijze geconcipieerd dat de onderneming in ieder geval haar boekhouding kan voeren in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op het voeren van een boekhouding.”.

Volgens artikel 9 van het voormelde KB van 12 september 1983 geldt het volgende:

“De ondernemingen moeten hun boeken bewaren gedurende zeven jaar te rekenen van de eerste januari van het jaar dat op de afsluiting volgt. Van het ongesplitste dagboek, het centraal boek bedoeld in artikel 4 van hogergenoemde wet van 17 juli 1975, de drie dagboeken bedoeld in artikel 5 van de wet alsmede het boek bedoeld (in artikel 9, § 1) van deze wet moet het origineel worden bewaard; van de andere boeken mag het origineel of een afschrift worden bewaard.

De voor het bewaren van de in het eerste lid vermelde boeken en dagboeken gebruikte drager moet de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid van de gegevens die erin geregistreerd zijn verzekeren gedurende de volledige opgelegde bewaringstermijn.”.

In het verslag aan de Koning bij het KB van 25 januari 2005, dat bovenstaande wijziging heeft ingevoegd in het KB van 12 september 1983 en waarvan de bewoordingen gedeeltelijk werden overgenomen in het CBN-advies 2010/14, wordt nader bepaald dat:

“(…) inzake bewaring (...) de gekozen drager (papier, CD-ROM, …) zowel de onuitwisbaarheid als de toegankelijkheid van de gegevens moet garanderen gedurende de bewaringstermijn.

Indien de boekhouding elektronisch wordt gevoerd, houdt dit in dat men niet alleen de bestanden met de boeken, maar ook de programma's en systemen waarmee deze bestanden kunnen gelezen worden, gedurende deze minimale bewaringstermijn moet bijhouden.

Elke boekhoudstaat moet immers gedurende de minimale bewaringstermijn kunnen worden voorgelegd en herafgedrukt.

Gelet op de snelle technologische evolutie in dit domein, onderzoekt de Regering momenteel de mogelijkheid om de minimale bewaringstermijn van tien jaar die is bepaald in de wet van 17 juli 1975 te verminderen .”.11

Uit de lezing van het verslag aan de Koning bij het KB van 25 januari 2005 en uit de eis tot behoud van de programma's en systemen waarmee deze bestanden kunnen worden gelezen12, blijkt dat de bedoeling van de wetgever voornamelijk erin bestond de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid te waarborgen van de gegevens gedurende de bewaringstermijn die nu is beperkt tot zeven jaar.

Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat het waarborgen van de onveranderlijkheid en toegankelijkheid van de gegevens tevens moet gepaard gaan met het waarborgen van de materiële continuïteit, de regelmatigheid en de onveranderlijkheid van de boekingen die gepaard gaan met het bijhouden van boeken en dagboeken.

Toepassing op het onderhavige geval

De Commissie heeft een advies 2010/14 gepubliceerd met betrekking tot de bewaring van boeken en verantwoordingsstukken.13

In dit advies wordt tevens het specifieke geval van de elektronische boekhouding behandeld en wordt onder verwijzing naar de beginselen van materiële continuïteit, regelmatigheid en onveranderlijkheid, gesteld dat het informaticasysteem minstens moet garanderen dat de onderneming haar boekhouding kan voeren in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake.

In hetzelfde advies wordt ook de problematiek van elektronische facturering, archivering en plaats van bewaring meer in detail behandeld.

In geval van een wijziging van de informaticatoepassing of een update ervan, omvat de verplichting tot bewaring verschillende aspecten naargelang het geval.

Toegang en raadpleging van de inhoud van de bestanden

Uiteraard voldoen de boeken die worden bewaard in bestanden die onleesbaar zijn door een wijziging in of verandering van de informaticatoepassing niet aan de verplichting tot bewaring zoals omschreven in het voormelde verslag aan de Koning bij het KB van 12 september 1983.

De invoer van oorspronkelijke bestanden in een identieke of zelfs compatibele informaticatoepassing of de omzetting van alle bestanden naar een gemakkelijk leesbaar formaat (dynamisch of statisch zoals een “pdf”) tot zelfs het gebruik van “cloud accounting” kunnen echter ook de continuïteit waarborgen, enkel vanuit het oogpunt van de raadpleging van de boeken.

In dit laatste geval dient er niettemin te worden gecontroleerd in hoeverre al dan niet is voldaan aan de andere vereisten inzake de verplichting tot bewaring. Dit wordt hieronder verder uitgewerkt.

Bewaring van de bestanden tot waarborging van de onveranderlijkheid van de geregistreerde gegevens

De verplichting tot materiële continuïteit en regelmatigheid wordt meer bepaald omschreven in artikelen III. 84 en III.85 van het WER waarin onder andere wordt bepaald dat de boekingen doorlopend moeten worden genummerd in de verschillende dagboeken en dat deze doorlopende nummering moet worden gecontroleerd door de boekhoudsoftware.14

De onveranderlijkheid van de boekingen wordt in het boekhoudrecht als volgt omschreven:15

“De boeken worden naar tijdsorde bijgehouden, zonder enig wit vak of enige weglating. In geval van correctie moet het oorspronkelijk geschrevene leesbaar blijven.”.

Het wettelijk voorschrift kan echter niet meteen worden vertaald naar een geïnformatiseerde boekhouding.

Bij een geïnformatiseerde boekhouding stelt zich immers de vraag wat de verplichting tot bewaring in origineel en met inachtneming van de onveranderlijkheid precies omvat.

In artikel 9, tweede lid van het voormelde KB van 12 september 1983 wordt de voor het bewaren van de boeken en dagboeken gebruikte drager beoogd die de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid van de gegevens die erin geregistreerd zijn, moet verzekeren gedurende de volledige opgelegde bewaringstermijn zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid van hetzelfde KB.

Bij een geïnformatiseerde boekhouding houdt de onveranderlijkheid in de praktijk in dat het niet meer mogelijk mag zijn om boekingen te wijzigen, te schrappen of toe te voegen.

Eerst en vooral moeten de principes per definitie worden nageleefd bij het gebruik van een geïnformatiseerde boekhouding voordat ze kunnen worden nageleefd bij de update of overdracht van de gegevens naar een nieuwe boekhoudtoepassing ingeval van wijziging van de toepassing.

Wat betreft meer bepaald het bestandsformaat voor de bewaring, stelt zich de vraag of de informaticabestanden verplicht moeten worden bewaard in hun originele versie of voldoen ook geüpgradede bestanden in een nieuwe versie van het originele programma of zelfs bestanden die zijn geïmporteerd in een andere informaticatoepassing (software, ERP-systeem, cloud accounting, enz.)?

In de praktijk komen vaak situaties voor die aanleiding geven tot dergelijke omzettingen.

Het kan bijvoorbeeld gaan om een eenvoudige update van het bestaande boekhoudprogramma, de verandering van informaticatoepassing binnen de onderneming of de verandering de facto van informaticatoepassing door een nieuwe externe dienstverrichter.

In dit laatste geval kan deze vraag zelfs worden gesteld in de veronderstelling dat de nieuwe dienstverrichter dezelfde informaticatoepassing gebruikt en de bestanden naar aanleiding hiervan eventueel worden overgedragen.

De verplichting om de bestanden te bewaren in een strikt identieke geïnformatiseerde versie (“simple back-up”)16 voor een periode van zeven jaar (wettelijke bewaringstermijn) lijkt moeilijk te rijmen met het tempo van technologische ontwikkeling (die bovendien kan reiken tot het exploitatiesysteem of andere onderdelen van een ERP-toepassing waarvan het systeem deel uitmaakt) en het grote aantal beschikbare boekhoudprogramma's of zelfs de mogelijkheid dat toepassingen en de ondersteuning ervan simpelweg verdwijnen op initiatief van de programmaontwikkelaar.

De onveranderlijkheid van de gegevens die zijn geregistreerd in de informaticatoepassing kan bijgevolg worden gegarandeerd in de volgende twee veronderstellingen:

Behoud van de initiële, eventueel geüpdatete informaticatoepassing

In plaats van de bewaring van een identieke versie van de informaticatoepassing en van de originele boeken van deze toepassing te verplichten, moet men zich ervan verzekeren dat de informaticatoepassing een specifieke archivering mogelijk maakt die de toegang tot de gearchiveerde gegevens, de leesbaarheid en het origineel karakter ervan17 op duurzame wijze garandeert en zelfs waarborgt dat de gearchiveerde gegevens kunnen worden gerecupereerd aan de hand van latere versies van de informaticatoepassing om de staten te kunnen opleveren die naar aanleiding van een controle worden opgevraagd.18

Wijziging van de informaticatoepassing: archivering en overdracht van gegevens

In de in bovenstaande vraag bedoelde gevallen waarin van informaticatoepassing wordt gewijzigd, wordt uitgegaan van enerzijds een voorafgaande archivering binnen de oorspronkelijke informaticatoepassing en anderzijds de overdracht van deze gearchiveerde gegevens naar de andere informaticatoepassing (die onder andere alle boeken en dagboeken omvat zoals opgesomd in artikel 9, eerste lid van het voormelde KB van 12 september 1983).

Deze overdracht van gegevens naar een nieuwe informaticatoepassing moet er natuurlijk voor zorgen dat de waarborging van materiële continuïteit, regelmatigheid en onveranderlijkheid van de boekingen kan worden nagegaan zowel voor als na de invoer van de gegevens in de nieuwe informaticatoepassing.

Indien deze waarborging wordt gecontroleerd en de leesbaarheid van de bestanden vaststaat, is het vanuit boekhoudkundig oogpunt niet vereist om de voorheen gebruikte informaticatoepassing te behouden gedurende de volledige wettelijke bewaringstermijn.

De Commissie herhaalt dat, in ieder geval, het nemen van een volledige back-up van de boekhouding op regelmatige basis deel uitmaakt van het goed bestuur van de onderneming.

De naleving van deze verschillende vereisten betreffende de raadpleging, de bewaring en de integriteit van de boekhoudgegevens kan in voorkomend geval worden nagegaan voor de gecontroleerde vennootschappen door de benoemde commissaris of, bij ontstentenis, een individuele vennoot die overeenkomstig artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen wordt bijgestaan of vertegenwoordigd door een accountant.19

In het algemeen kan aan de beroepsbeoefenaar, die binnen een onderneming met een boekhoudkundige opdracht is belast en die het gepaste karakter van de gebruikte boekhoudsystemen moet onderzoeken en aanbevelingen moet formuleren om desgevallend noodzakelijke aanpassingen door te voeren20, ook worden gevraagd om de overeenstemming te controleren van de bijgewerkte of overgedragen bestanden met de originele bestanden.
 
Kortom, het behoud van de informaticabestanden in een strikt identieke versie gedurende de wettelijke bewaringstermijn van zeven jaar is niet vereist van zodra de onveranderlijkheid en de leesbaarheid van de boeken en de gegevens die ze bevatten, is gegarandeerd.

Bijzondere vragen

Fiscale aspecten voor de bewaring van bestanden

Zoals aangeven in de inleiding van onderhavig advies, wordt enkel de boekhoudkundige wetgeving onderzocht en niet de eventuele, bijkomende verplichtingen die voortvloeien uit de fiscale reglementering.

Hierna worden niettemin, louter bij wijze van voorbeeld, een aantal bijzondere aspecten aangehaald die worden opgelegd door de fiscale wetgeving. Deze aspecten moeten worden beschouwd in het kader van een onderzoek naar de overeenstemming van het bewaringsbeleid van elektronische stukken.

Fiscale draagwijdte van de verplichting tot bewaring inzake fiscaliteit

In de fiscale wetgeving kan de verplichting tot bewaring een ruimere draagwijdte hebben dan in boekhoudkundige wetgeving.21 Bovendien kan een onderneming een specifiek belang hebben om haar boekhoudkundige bestanden en gegevens alsook andere verwante bestanden (bijvoorbeeld bepaalde overeenkomsten) langer te bewaren dan de wettelijke bewaringstermijn om haar rechten te laten gelden.22

Elektronische facturering

Voor de toepassing van het BTW-Wetboek (hierna: WBTW ) en overeenkomstig artikel 1, § 13 WBTW, wordt verstaan onder factuur elk document of bericht op papier of in elektronisch formaat dat voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in het WBTW en zijn uitvoeringsbesluiten. De elektronische factuur bevat de in het Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten voorgeschreven gegevens en wordt in om het even welke elektronische vorm uitgereikt en ontvangen.

In het WBTW wordt bepaald dat de facturen en kopieën van facturen dienen te worden bewaard gedurende zeven jaar en dat de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud, en de leesbaarheid van de factuur, op papier of in elektronisch formaat, moeten worden gewaarborgd vanaf het tijdstip waarop de factuur wordt uitgereikt tot het einde van de bewaringstermijn.23

In dit opzicht wordt in het WBTW verduidelijkt dat de belastingplichtige zelf bepaalt hoe de authenticiteit van de herkomst, de integriteit van de inhoud en de leesbaarheid van de factuur worden gewaarborgd. Tegelijk wordt bepaald dat elke bedrijfscontrole die een betrouwbaar controlespoor tussen een factuur en een levering van een goed of een dienst aantoont, kan worden gebruikt om deze waarborg te leveren.24

De fiscale administratie25 beveelt aan om de bedrijfscontroles, bedoeld om het behoud van deze waarborgen na te gaan gedurende de periode van bewaring en elektronische archivering, aan te passen aan de omvang en de activiteit van de onderneming.26

De fiscale administratie geeft aan niet in te gaan op verzoeken om een bepaalde boekhoud- en/of factureringssoftware als zijnde conform te certifiëren, maar raadt aan om een zo volledig mogelijke documentatie op te maken van alle geïmplementeerde (interne en/of externe) bedrijfscontroles die een betrouwbaar controlespoor aantonen en die dienen om de authenticiteit van herkomst en integriteit van inhoud van de facturen te waarborgen.27

Plaats van bewaring

De wijzigingen die zich kunnen voordoen inzake de geïnformatiseerde boekhouding kunnen ook een verandering inhouden van de plaats van bewaring of zelfs een overdracht naar een andere Lidstaat of een land dat geen Lidstaat is van de EU van de volledige of gedeeltelijke boekhouding van de onderneming.

Deze overdracht kan gebeuren op initiatief van de onderneming zelf of van een onderaannemer die verantwoordelijk is voor bepaalde taken met betrekking tot financiën of informatica.

Voor een verklaring van de toepasselijke regels wordt er verwezen naar het CBN-advies over dit onderwerp.28

 

  • 1. Onderhavig advies is tot stand gekomen nadat een ontwerp van het advies op 7 juli 2016 ter consultatie werd gepubliceerd op de website van de CBN.
  • 2. Koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen.
  • 3. Koninklijk besluit van 25 januari 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel en het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot vaststelling van de bijdrage van de ondernemingen in de werkingskosten van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen.
  • 4. Deze voorwaarden zijn uitdrukkelijk verwoord in de volgende bepaling: “§ 2. Indien de boeken en dagboeken vermeld in § 1 worden gehouden door middel van geïnformatiseerde systemen, worden deze systemen op een zodanige wijze geconcipieerd dat de onderneming in ieder geval haar boekhouding kan voeren in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op het voeren van een boekhouding.”
  • 5. Zoals gewijzigd door artikel 2 van het voormelde KB van 25 januari 2005. Zie de hiervoor opgenomen bepaling voor een verdere omschrijving van de voorwaarden.
  • 6. Artikel 7 van het KB van 12 september 1983.
  • 7. Zeven jaar vanaf 1 januari van het boekjaar na afsluiting. Artikel 9 KB 12 september 1983 ter uitvoering van artikel III.87, § 2, tweede lid WER.
  • 8. Artikel III.86, III.87 en III.88 van het WER.
  • 9. Artikel III.86 van het WER.
  • 10. Artikel III.87, § 2, tweede lid van het WER.
  • 11. De termijn werd intussen beperkt tot zeven jaar, zie artikelen III.86 en III.88 van het WER.
  • 12. De “gegevens”.
  • 13. CBN-advies 2010/14 - Bewaring van boeken en verantwoordingsstukken, Bull. CBN nr. 55, november 2010, 45-50.
  • 14. Zie de technische nota van het IAB van 30 april 2003 “Kwaliteitscriteria van de boekhoudsoftware”, 19, http://iwm.index.be/uploads/47941_boekhoudsoftware.pdf.
  • 15. Zie artikelen III.87 en III.88 van het WER.
  • 16. Zie de technische nota van het IAB van 30 april 2003 “Kwaliteitscriteria van de boekhoudsoftware”, 29, http://iwm.index.be/uploads/47941_boekhoudsoftware.pdf.
  • 17. Hier moet worden verstaan de onveranderlijkheid van gegevens die in hun oorspronkelijke elektronische vorm moeten worden bewaard.
  • 18. Zie de technische nota van het IAB van 30 april 2003 “Kwaliteitscriteria van de boekhoudsoftware”, http://iwm.index.be/uploads/47941_boekhoudsoftware.pdf, 31.
  • 19. Zie in dit verband het Verslag aan de Koning met betrekking tot artikel 2 van het KB van 25 januari 2005 tot wijziging van artikel 5 van het KB van 12 september 1983.
  • 20. Ibidem, de volgende passage uit de bespreking van artikel 2: “In deze context dient erop gewezen te worden dat, wat betreft de gecontroleerde vennootschappen, de commissarissen gehouden zijn om een controle door te voeren van de financiële resultaten die door de informaticasystemen worden geproduceerd. Ingevolge artikel 144 Wetboek Vennootschappen dient het verslag namelijk te vermelden " of de boekhouding is gevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn ". Ook externe accountants zullen in de gevallen waarin zij een controletaak uitoefenen (bv. ingevolge artikel 166 Wetboek Vennootschappen of in het kader van een privé- of gerechtelijke expertise) moeten onderzoeken of de gebruikte boekhoudsoftware voldoet aan de wettelijke en bestuursrechtelijke vereisten. In het algemeen dient trouwens elke boekhoudkundige expert (bedrijfsrevisor, accountant of erkende boekhouder) die met een boekhoudkundige opdracht belast is binnen een onderneming, het gepaste karakter van de gebruikte boekhoudsystemen te onderzoeken en aanbevelingen formuleren om desgevallend de noodzakelijke aanpassingen door te voeren.”
  • 21. Zie artikelen 315, 315bis en 315ter WIB 1992, Commentaar op het WIB 1992, meer bepaald nrs. 315/2-315/14-315/22 inzake inkomstenbelasting.
  • 22. Bijvoorbeeld bij een geschil, overgedragen verliezen, toepassing door de fiscale administratie van artikel 358 van het WIB 92, enz.
  • 23. Art. 60, § 3, WBTW.
  • 24. Zie art. 60, § 5, vierde lid, WBTW.
  • 25. Circulaire nr. AGFisc 14/2014 (E.T. 120.000) van 04.04.2014, nr. 40-46.
  • 26. In deze circulaire wordt verwezen naar het verslag van COSO (Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission) "Internal Control – Integrated Framework".
  • 27. Circulaire nr. AGFisc 14/2014 (E.T. 120.000) van 04.04.2014, nr. 54.
  • 28. Zie ook CBN-advies 2010/14 - Bewaring van boeken en verantwoordingsstukken, Bull. CBN, nr. 55, november 2010, 45-50. Meer bepaald het volgende : “De Commissie is bovendien van mening dat Belgische ondernemingen hun boeken, rekeningen en verantwoordingsstukken kunnen bewaren in het buitenland, op voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van een archiveringsmethode die volledige on-line toegang op de bedrijfszetel in België voorziet.”.