CBN-advies 173/7 - Afronding van de bedragen in de jaarrekeningen die in euro of in duizenden euro zijn opgesteld

 

Krachtens het koninklijk besluit van 8 oktober 1976, als gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 december 1998, mogen de jaarrekeningen die betrekking hebben op de boekjaren die worden afgesloten vanaf 1 januari 1999, naar keuze van de onderneming, worden opgesteld in euro of in Belgische frank; voor de boekjaren die worden afgesloten na 31 december 2001, moeten zij in euro worden opgesteld. 

De jaarrekeningen van "grote ondernemingen" die in Belgische frank zijn opgesteld in het vooruitzicht van hun voorlegging aan de algemene vergadering en hun neerlegging bij de Nationale Bank van België, moeten in duizenden franken worden opgesteld, terwijl diezelfde jaarrekeningen van "kleine" of "middelgrote ondernemingen"1 in franken moeten worden opgesteld2.

Ingevolg de invoering van de euro zullen de ondernemingen twee decimalen moeten gebruiken in hun boekhouding (1 euro = 100 cent). Het koninklijk besluit van 8 oktober 1976, als gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 december 1998, bepaalt dat de in euro opgestelde jaarrekeningen van "kleine en middelgrote ondernemingen", in het vooruitzicht van hun goedkeuring door de algemene vergadering en hun publicatie, op de euro moeten worden afgerond, terwijl de in euro opgestelde jaarrekeningen van "grote ondernemingen" op duizenden euro moeten worden afgerond.

Alle ondernemingen, ongeacht hun omvang, zullen dus worden geconfronteerd met het probleem van de afronding van de bedragen in hun in euro opgestelde jaarrekening. 

Tegen die achtergrond leek het de Commissie aangewezen nogmaals de aandacht te vestigen op de wijze waarop die afronding dient te gebeuren, zoals die werd verduidelijkt in het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit van 14 februari 1979 voorafgaat en dat bepaalt dat de jaarrekening van "grote ondernemingen" in duizenden franken wordt uitgedrukt3

Voornoemd verslag aan de Koning bepaalt dat de afronding zal geschieden vertrekkende van het totaal en achtereenvolgens op elk van de rubrieken en onderrubrieken zal slaan volgens de afnemende orde van belangrijkheid die deze rubrieken en onderrubrieken innemen in de schema’s die in bijlage bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 opgenomen worden.

  • 1. Voor de criteria inzake de "omvang" van de ondernemingen wordt verwezen naar artikel 12 van de wet van 17 juli 1975.
  • 2. Artikel 37, tweede lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen.
  • 3. B.S. van 22 februari 1979, 2071